Echo

Echo — Thomas Olde Heuvelt

12 juli 2019

In 1999 ontdekte ik dankzij het nummer The Dolphin’s Cry de band Live. En zoals dat gaat als je een band goed vindt, ging ik uitzoeken wat ze zoal nog meer gemaakt hebben. In het geval van Live was vooral hun tweede album Throwing Copper bekend. Nadat ik dat ook had beluisterd liep ik een cd-winkel (zo ging dat nog in die tijd) binnen en daar vonk ik hun derde album Secret Samadhi. Een plaat die veel minder populair was, maar waarop ik iets interessants ontdekte. Dit was Live’s “Oh nee we zijn beroemd, wat moeten we nu doen?” plaat. Throwing Copper had tot platinum platen en wereldtournees geleid, maar was gemaakt toen de verwachtingen nog laaggespannen waren. Bij Secret Samadhi daarentegen keek iedereen mee en dat leidde tot een heel andere plaat. Wat mij betreft een nog betere.

Misschien een vreemde inleiding, maar al voordat ik aan Echo begon, had ik het gevoel dat ik hier een “Oh nee ik ben beroemd, wat moet ik nu doen?” boek in mij handen had. Als Thomas Olde Heuvelts zesde roman en de opvolger van het gigantisch populaire Hex, had het nogal wat te bewijzen. Niemand die dat beter wist dan Thomas zelf en hij vertelde van te voren (onder andere op de dag van het fantastische boek in 2018) ook al over de moeite die het hem kostte om een nieuw boek op papier te krijgen.

Het boek ligt er intussen en het is het wachten waard is. Met een forse 600 pagina’s is het een flink stuk dikker dan Hex. Dat is echter niet het grootste verschil. Echo is vooral een persoonlijk boek dat naar binnen kijkt. Waar Hex veel kijkt naar hoe een gemeenschap omgaat met dingen die niet zijn zoals ze moeten zijn, duikt Echo diep in de psyche van de twee hoofdpersonen en gaat het over de dunne lijn tussen liefde en obsessie. De thema’s van Hex zijn gelukkig niet helemaal verdwenen, maar het zwaartepunt ligt ergens anders. En dat begint misschien wel met het klimmen.

Klimmen

Echo draait om het beklimmen en bedwingen van bergen. Voor een deel is dat letterlijk te nemen. De eerste helft van het boek bestaat grotendeels uit een daadwerkelijke klimtocht. Je wordt meegenomen door de bergen met mooie beschrijvingen van het landschap en de kracht van de berg. Je wordt ook om je oren geslagen met knopen en gereedschappen. Het zal ongetwijfeld authentiek zijn, maar het was voor mij iets te veel van het goede.

Dat gevoel dat het iets te veel is, kwam ik vaker tegen. Echo is een dikke pil en ik vroeg me wel eens af of het niet iets korter had gekund. Iets pakkender. Echo raakt nergens de spanning echt kwijt, maar soms scheelde het weinig. Wellicht hangt het samen met dat woordje “Thriller” op de voorkant waar ik me wellicht te druk om maak. Het voelt als een klap in het gezicht van de genrelezer, want het boek is vooral horror. Natuurlijk is het spannend, maar het bovennatuurlijke speelt duidelijk een belangrijke rol en de emotie die het in de kern aanwakkert is angst. Ik snap waarom het er staat, maar het voelt niet helemaal eerlijk.

Horror

Dat ene woordje op de kaft zegt natuurlijk niks over de kwaliteit van het boek, dus het is goed om naar de inhoud te kijken. Een van de dingen die opvalt, is dat de secties van het boek beginnen met een quote uit een gothic horror roman. Dat is niet het enige wat geleend wordt uit dat literaire tijdperk, de roman zelf is ook opgebouwd uit dagboekfragmenten, verslagen en documenten die de personages van het verhaal geschreven hebben. Dat klinkt wat archaïsch, maar in Echo werkt het wonderwel vanwege de schrijfstijl die overloopt van het persoonlijke geluid van de karakters die duidelijk in de eenentwintigste eeuw leven. Sam, met een Amerikaanse achtergrond doorspekt zijn taalgebruik met Engelse woorden, maar niet op een storende manier. In Echo wordt alles benut om de personages uit de verf te laten komen en hun vertelstem speelt hier een enorme rol in. Het boek is doorspekt met persoonlijke verhalen en die zijn ijzersterk.

Wat voor mij het meest plezierige was aan Echo, was het puzzelen. Tussen de regels door een beeld vormen van wat er gaat gebeuren, wat de volgende stap gaat zijn. Er grijpen nogal wat elementen in elkaar die op een mooie manier samenhangen en op het einde bij elkaar komen. Daar komt nog een Hex-achtige opgehitste meute bij kijken, waar de angst van de massa tastbaar gemaakt wordt. Dat vloeit samen met een mythe in de Alpen waarin fans van het vorige boek zeker aan hun trekken komen, zonder dat het alleen meer van hetzelfde is.

Genoeg om bang van te worden. Maar het engste in Echo is misschien wel de liefde. Eng, maar ook mooi. Want een stel dat samen problemen overwint waar ze helemaal niet om gevraagd hebben, die groter zijn dan zij zelf, dat heeft ook een heleboel schoonheid in zich. En als je ziet hoe die balanceert op het randje van obsessie, dan zit je voor je gevoel weer op die vlijmscherpe bergkam.

Uitzicht

Echo is een fascinerend boek, waar veel over te zeggen is. Het is zeker geen één-op-één kopie van Hex en het zou ook niet goed zijn als dat wel zo was. Het is een eigen boek, dat meer gericht is op de persoonlijke verhalen. Het klimmen, de relatie van Nick en Sam, de externe kracht die alles overschaduwt, die komen duidelijk uit het hart. Als de vraag aan het begin van Echo was “Oh nee ik ben beroemd, wat moet ik nu doen?”, dan was Thomas Olde Heuvelts antwoord daarop: dicht bij mezelf blijven. Dat leidt tot een mooi boek, waarin je meegenomen wordt naar een geweldig uitzicht.


Lees meer over Echo in dit interview met Thomas Olde Heuvelt in de Volkskrant.

Foto van de Alpen door Pascal Debrunner op Unsplash.

Become a Patron!

Steun schrijvers van verhalen en nieuwe ontwikkelingen van Vonk op Patreon. Het kan al vanaf $1.