Ode aan het boek

De Wolffs bestiarium — Martijn Adelmund en Maarten de Wolff

17-04-2020

Het boek is aan het veranderen. Er zijn zoveel meer manieren om een geschreven tekst tot je te nemen dan een stapel plakjes dode bomen in deze tijd. E-books en artikelen op internet kunnen een hoop leesplezier opleveren en met audiobooks krijgt de verteltraditie een modern jasje. Maar dood, dat is het boek nog lang niet.

Dat is de boodschap die De Wolffs bestiarium over wil brengen en dat doet het boek met succes. Dat begint al met het fysieke boek zelf. Het ziet er geweldig uit met de mooie omslag, harde kaft en leeslint. Alles straalt uit dat hier tijd en moeite in gestoken is. Een goed begin dus.

De roman is een samenwerking van schrijver Martijn Adelmund en illustrator Maarten de Wolff. Het bestaat uit een aantal delen: een verhaal over Anton, gedichten, een bestiarium (een soort encyclopedie met allerlei dieren, al dan niet bestaand) en illustraties van een aantal van de meest bizarre beesten.

Verwacht van dit boek geen normale leeservaring. Het verhaal staat vol met noten en wordt onderbroken door de gedichten en stukken en afbeeldingen uit het bestiarium. De elementen vormen toch een geheel, waarbij de nadruk ligt op de schoonheid van boeken. Dit speelt een rol in het verhaal, maar komt minstens zo sterk naar voren in de vorm van trucjes en vormgeving die in een e-book een stuk lastiger zijn. Alles om even te laten zien dat een boek meer kan zijn dan een vehikel voor een verhaal.

Ik heb nog even getwijfeld of ik wel een recensie van dit boek moest schrijven. Het verhaal bevat strikt gezien geen fantastisch elementen. Het boek daarentegen wel. Alleen de tekeningen van de wonderlijke beesten zijn al genoeg om het stempel genre te krijgen en het bestiarium-deel van het boek bevat ook een hoop fantastiek.

Bovendien is het verhaal van De Wolffs bestiarium niet het meest interessante deel van het boek. Het is een thrillerachtig verhaal met wat mooie twists en een hoofdpersoon die lekker onbetrouwbaar is als verteller. Het leest prima weg, maar een verhaal kun je in ieder boek wel vinden. Het is juist de manier waarop het verhaal verweven is met de andere aspecten die het interessant maakt. Het verhaal is het brood waarop het beleg van de andere delen gesmeerd is. En laten we eerlijk zijn, het beleg is toch het lekkerst.

Nou ben ik geen kenner van poëzie en kunst, maar ik kon die delen van het boek erg waarderen. Het heeft wel wat om zo uit een verhaal getrokken te worden en om zo direct geconfronteerd te worden met de vorm van het boek. Zo ben je soms haast een speurtocht aan het doen, dan aan het lezen. Dat komt tot het hoogtepunt als er met een vreemd font een stuk tekst voorkomt dat je echt moet gaan zitten ontcijferen. Ik moet toegeven dat ik dat niet helemaal gedaan heb, maar het was leuk om eens even heel iets anders te doen met een boek dan simpelweg de bladzijden omslaan.

Als ik De Wolffs bestiarium met een woord moest omschrijven, dan is dat “fascinerend”. Het doel om het boek in het zonnetje te zetten is zeker bereikt. Dit is geen verhaal om lekker onderuitgezakt op vakantie te lezen, met het verstand op 0. Maar op vakantie gaan we toch niet dit jaar, dus dan kan je prima de speurtocht die dit boek uitstippelt volgen en genieten van al het goeds dat een boek, een echt boek, te bieden heeft.

Steun schrijvers van verhalen en nieuwe ontwikkelingen van Vonk op Patreon. Het kan al vanaf $1.