De zilveren schaal met handvatten in de vorm van draakjes op de tafel waaraan ze gesigneerd hadden, bevatte nog enkele chocolade-eitjes. De meeste genodigden voor de officiële boekpresentatie waren alweer uit de boekenwinkel vertrokken. Een jonge journaliste trachtte Peter Dickinson en Wayne Anderson meer informatie te ontfutselen: Hoe komen jullie op de titel voor jullie boek: De vlucht van draken?

Peter en Wayne keken elkaar aan. Peter nam het woord. De manier waarop draken vliegen is onze belangrijkste ontdekking. Hun lichaamsbouw, wapens en verdediging vloeien er uit voort. Het verklaart waarom de vleugels van zon enorm beest zo klein zijn. Het is de oorzaak voor zijn vlammende adem en zijn nest van goud. Daarom vonden we dit de beste titel voor ons boek.

De journaliste hield haar telefoon richting Peter en nam alles op wat hij zei. Jullie houden vol de draak echt te hebben gezien en alles wat jullie hebben geleerd in een wetenschappelijke hypothese te hebben samengebracht. Waarom schreven jullie geen artikel voor een officieel wetenschappelijk tijdschrift?

Wayne beantwoordde deze vraag: Ze zouden ons niet geloven zonder onweerlegbaar bewijs. Maar al mijn illustraties in dit boek zijn gemaakt op basis van mijn schetsen naar waarneming. Peter heeft alle aspecten van zijn onderzoek in een hypothese beschreven. Dit is het beste wat we kunnen doen om onze mecenas Arnoldo Mondadori eer te bewijzen. Het boek is het resultaat van ons avontuur.

Maar, vroeg de journaliste, Draken bestaan toch niet écht?

Peter boog zich naar de journaliste toe. Nou, ik zal je eens wat vertellen


Ik hoop dat je me niet daarvoor hierheen hebt gehaald. Peter Dickinson wandelde met zijn handen op zijn rug door de overwoekerde tuin van het landhuis van de Mondadori familie.

Arnoldo Mondadori ondernam als entrepreneur en avonturier risicovolle projecten. Zijn naar achteren gekamde haren, bakkebaarden en grijzende baardje omkransten zijn verweerde gezicht. Donkere wenkbrauwen accentueerde zijn half dichtgeknepen ogen. Een glimlachje speelde continu om zijn mond.

Blijkbaar had hij geld genoeg voor dit uitzonderlijke project. Hij woonde nog bij zijn moeder in huis. Zittend in haar rolstoel had zij Peter in haar landhuis ontvangen.

Ik weet ook niet wat het is, daarvoor heb ik jou nodig. De Italiaan gebaarde heftig tijdens het praten. Jij als paleontoloog kunt er misschien nog wat mee. Als het geen draak is, wat is het dan? Een nieuwe soort dinosaurus?

Nu spitste Peter zijn oren. Een nieuwe soort? Een prehistorisch dier op mijn naam. Hij overwoog het aanbod: reis- en verblijfkosten van en naar Tsjerski, Siberië. Alle wetenschappelijke ontdekkingen op zijn naam. Hij aarzelde. Kan ik deze man wel vertrouwen? Dit aanbod is te goed om te laten lopen. Wanneer?

We vertrekken morgen, zei Arnoldo. Hij sloeg Peter verwachtingsvol gade.

Oké.

Arnoldo schudde kort zijn gebalde vuist. Goed! Pak je koffers. Neem warme kleren mee. We vertrekken morgenochtend vroeg. Hij sloeg de wetenschapper op de schouder.


De vlucht naar Moskou duurde al ruim drie uur, de binnenlandse vlucht van zeven uur naar Jakoetsk sloopte Peter helemaal. De kou in Jakoetsk viel hem mee. Het weer in Siberië was opvallend zacht. De warmste zomer ooit. Dat is ook de reden dat ik hier ben. Het eeuwige ijs wijkt en geeft zijn schatten bloot. Dat het een draak zou zijn, is natuurlijk lachwekkend.

Vanaf Jakoetsk vlogen ze nog twee en een half uur, voordat ze het kleine vliegveld van Tsjerski bereikten. Hier hoopte sneeuw zich op naast de landingsbaan. Peter wilde al vragen waar het hotel zich bevond, maar Arnoldo troonde hem mee naar een veldje verder op het vliegveld. Peters schouders zakten en hij kantelde zijn hoofd opzij. Voor hem startte een helikopter en de rotoren gierden. Hij keek Arnoldo hoofdschuddend aan.

We zijn wel in Tsjerski, riep Arnoldo en hij spreidde zijn armen, maar nog niet op de vindplaats. We moeten nog een half uur vliegen.

Met een zucht pakte Peter zijn koffer op, sleepte die naar de heli en plaatste hem in de bagageruimte achter de stoelen.

De sneeuw, die de eeuwige ijsvelden bedekte, wisselde af met zwarte rotsen waar de aarde na vele jaren weer onbedekt was. Niemand woonde hier. Ze vlogen naar het noorden, evenwijdig aan de Kolyma-rivier, die zich steeds opsplitste totdat Peter de Oost-Siberische zee zag opdoemen. In het westen raakte de zon de kim.

De piloot zette het toestel op het ijs in de buurt van een bouwval op verbrokkelde betonnen palen, die in de permafrost waren geheid, bekleed met golfplaten die onder de goten en de ramen roestplekken vertoonden. De betonnen vloerplaat liet hier en daar scheuren zien.

Is dit het onderzoekscentrum? Ik had een solide gebouw verwacht, niet dit krot. Peter kreeg zijn koffer terug en toog achter Arnoldo aan naar binnen.

In een kamertje zonder raam, maar met twee stapelbedden voorzien van wollen dekens kon hij zijn spullen uitpakken en na kort overleg gingen ze onder zeil. Morgen zouden ze de vindplaats bezoeken.

Het ontbijt bestond uit droog brood en gerimpeld fruit. Het gedroogde vlees, waarvan hij geen idee had waar het vandaan kwam, liet Peter liggen. Arnoldo lachte hem uit en liet het zich goed smaken.

De korte wandeling van het onderzoekscentrum naar de kust ging over een pad dat steil omlaag liep. Peter verheugde zich niet op de terugweg. Vanuit de hoogte observeerde hij de vindplaats. Een kolossale kop was vrijgekomen uit het donkere ijs. De nek verdween in een holte in de ijswand die het lichaam verborg. Hij versnelde zijn pas en bleef gefixeerd kijken naar die kop terwijl meer details zichtbaar werden.

Ooit had een lawine het dier bedolven en het was onmiddellijk bevroren. Dat had het reptiel geconserveerd. Hij was op zijn plaats gebleven, omdat zijn lange nek nog in een gang in de kalksteenrotsen stak.

Moet je die kop eens zien, zei Arnoldo.

Eenmaal voor de kop hield Peter stil. Zijn mond viel open.

De kop van het wezen was plat als een masker, met hoorns die alle kanten uitstaken. De gesloten oogleden weerhielden Peter ervan het reptiel in de ogen te kijken. Bij leven had de kop al afzichtelijk moeten zijn. Nu, rottend in het smeltende ijs, was het niet veel beter. En het stonk.

Ik heb deze soort nog nooit gezien, fluisterde Peter.

Peter mat het masker op en beschreef het in zijn notitieboek. Hij schoot fotos en nam een video op terwijl hij om de kop heen liep. Starend naar zijn aantekeningen viel hem de afmetingen ervan op, alsof dat het lijf erachter wilde verbergen, terwijl het zijn blik richting de ogen stuurde.

Kunnen we een oog openmaken? vroeg Peter zich hardop af.

Samen trokken ze aan een ooglid, totdat het met een zuigend geluid omhoog klapte. Beiden keerden zich walgend om. Met het hoornvlies verdwenen en de iris verbleekt, was de pupil een gapend gat geworden waar de geur van rottend hersenweefsel uit tevoorschijn walmde.

Dit wezen bezit bepaald geen hypnotische blik meer, grapte Arnoldo. Hij kneep zijn neus en zijn ogen dicht.

Peter zette zijn handen in zijn zij. Toch, zei hij met verwondering in zijn stem, heeft het wel wat van een draak.


De gemeenschappelijke ruimte in het onderzoekscentrum was door onderzoekers nauwelijks ingericht. Enkele ramen lieten spaarzaam licht door en elektrische kacheltjes verwarmden de ruimte maar gedeeltelijk. De meubelen waren afgetrapt en herhaaldelijk gerepareerd. Een versleten kleed op de betonnen vloer en gerafelde gordijnen konden niet voorkomen dat het geluid in de ruimte hard klonk.

Peter bestudeerde nauwgezet zwart poeder uit de keel van het beest onder een microscoop en maakte aantekeningen in zijn notitieboek. Zijn hoofd schoot omhoog zodra een onbekende man in de deuropening verscheen.

Peter Dickinson, dit is Wayne Anderson, introduceerde Arnoldo de man. Ik heb hem gevraagd te adviseren bij onze vondst. Wayne is een autoriteit op het gebied van draken. Hij is fantasyschrijver en heeft een dozijn boeken over draken uitgebracht.

Eigenlijk ben ik meer illustrator dan schrijver, corrigeerde Wayne.

Peter schudde Wayne de hand, terwijl hij probeerde in te schatten wat iemand die in sprookjes geloofde toe zou voegen aan zijn wetenschappelijk onderzoek.

Wayne keek hem op zijn beurt van onder zijn stevige wenkbrauwen vorsend aan. Jullie vonden een draak. Waynes volle snor en kinbaardje contrasteerden met zijn hoge voorhoofd, dunne haren en grijzende slapen. Het moest natuurlijk een keer gebeuren.

Nou, het lijkt een draak, antwoordde Peter. Een enorm reptiel met een lange hals en een afschrikwekkende kop.

Dat is wat een draak is, zei Wayne. Heeft het twee poten, zoals een wyvern of vier? Heeft het vleugels als een vleermuis en een staart eindigend in een pijlvormige punt?

De fysieke eigenschappen van mythische draken. Peter grinnikte. Dat weten we nog niet. De nek verdwijnt in de rots, dus we hebben het lichaam nog niet kunnen onderzoeken. De afgelopen dagen heb ik DNA-monsters afgenomen en details van het masker vastgelegd. Hij heeft een methode om zijn keel af te sluiten. Ik vond een zwart poeder in een keelzak, maar ik onderzoek nog van welk materiaal het is. Ik heb ook de nek bestudeerd. Die zwelt langzaam op, maar de oorzaak daarvan weet ik nog niet. Het ontbindingsproces heb ik al uitgesloten.

Draken hebben koppen. Waarom noem je het een masker?

Peter wuifde het verschil weg. De kop is platgedrukt, met hoorns die alle kanten op steken. Het lijkt op een schild dat het lijf erachter moet beschermen. De aandacht wordt naar de ogen getrokken, maar die zijn verrot in de kassen. Zijn bek heeft scherpe tanden, maar ook kiezen achterin.

Is het een Chinese draak, met snorharen, of een Europese?

Peter lachte kort. Geen snorharen, ben ik bang. Hoeveel soorten draken denkt hij dat er zijn?

Je kunt vanmiddag mee, opperde Arnoldo. Hij reikte Wayne een paar laarzen aan. Vandaag gaan we de rest van het beest bekijken.


Het smeltwater vermengde zich met vloeistoffen die uit het beest lekten en maakte van de grond schuimende modder. Bij elke stap die het drietal nam moesten ze hun evenwicht terug zien te vinden.

Ik heb een zeil in mijn rugzak. Zal ik dat hier neerleggen? vroeg Peter.

Dat is onbegonnen werk, zei Arnoldo. Laat maar zitten.

Wayne sloeg zijn arm om zijn gezicht en verborg zijn neus in zijn elleboog, onvoorbereid op de geur van rotting en gisting die rond het beest hing.

De stank is toegenomen, zei Peter. Hij lachte Wayne toe. Het begint ondraaglijk te worden.

Wayne sperde zijn ogen wijd open. De snuit is duidelijk platgedrukt. Die hoort naar voren uit te steken. De hoorns horen ook symmetrisch te zijn.

Peter observeerde het masker nog eens. Hij had het vastgelegd zoals hij het gevonden had. Wayne ziet alleen wat hij verwacht, dacht Peter. Hij controleert of zijn illustraties wel kloppen.

Wayne liep om de uitstekende hoorns heen, naar Arnoldo die de achterkant van het masker bestudeerde.

Peter volgde Wayne. De nek is verder gezwollen. Die is nu bijna rond, constateerde hij en noteerde het onder zijn aantekeningen. Oorzaak nog onbekend.


Wayne trok een mes en stak het in de nek van het beest. Hij wrikte het rond en hield het blad voor zijn ogen.

Wat doe je nou, idioot! zei Peter. Je maakt het studieobject kapot.

Wayne bleef naar zijn mes kijken. Het lemmet sloeg zwart uit. Er verschenen belletjes op. Ik doe empirisch onderzoek, zie je dat niet? zei Wayne. Hij stak het mes weer in de schede.

Een geel-groenige gelei vloeide uit de wond in de nek, die zacht sissend lekte. Bellen welden op, knapten en verspreidden de dikke vloeistof in een cirkel rond de wond.

Kijk uit, drakenbloed is gevaarlijk, waarschuwde Wayne.

De mannen deinsden naar achteren om de smurrie te vermijden. Peter verzamelde met een houten spateltje de gelei in een glazen potje voor nader onderzoek en observeerde de vettige wasem die er vanaf kwam. Hij rook eraan en kneep beide ogen stijf dicht en blies zijn adem door zijn neus uit.

Vanuit het lijf in de gang golfde nieuwe gelei door de nek van het beest en het mengde zich met de modder daaronder.

Voordat ze het doorhadden, gleed de kop van het beest recht op hen af. Ze sprongen achteruit om contact met de achterkant van het masker te voorkomen. De draak schoof over de slijmerige grond terug de gang in waar hij ooit zijn nek uit had gestoken. Bijna geruisloos slierde de kop van het beest de krijtrotsen weer in.

Nee, nee, nee! Peter glibberde achter de kop aan tot die in de opening in de rotswand verdween. Hij wachtte op de klap van het landen van het lichaam ergens op de bodem van een holte in de berg. Het bleef stil.

Arnoldo kroop een paar meter de gang in. Kom, riep hij enthousiast over zijn schouder. Onder de permafrost is een grot.


De enorme kalksteengrot had een golvende vloer waarop verspreid wat stalagmieten en enkele druipsteenzuilen groeiden. De ruwe wanden waren op bepaalde plekken gladgeschuurd en droegen op andere punten sporen van scherpe klauwen. Zonnestralen wierpen lichtplekken op de vloer door openingen die door het smeltwater in de rots waren geslepen. Diverse ruime doorgangen gaven toegang tot dieper gelegen grotten.

Arnoldo had een dik touw verankerd aan het einde van de gang, klom omlaag en onderzocht de diepere grotten al, terwijl Peter nog onderaan het touw naar adem hapte. Het zwiepen van het touw gaf aan dat Wayne omlaag klom naar de vloer.

Het beest bevond zich achterin de grot. Peters hart sloeg een paar slagen over bij de gedachte dat het vanaf de gang bovenin naar beneden moest zijn gesmakt. Is het lichaam niet zwaar beschadigd? Nahijgend haastte Peter zich naar het beest. Bij elke stap groeide zijn verbazing. Hij trof het lichaam ongeschonden aan, met intact masker, evenals de nek, afgezien van het gat dat Wayne had veroorzaakt. De geschubde huid stond strak over het bolle lijf, opgezwollen, net als de nek. Het zag er niet onnatuurlijk uit.

Dit is een draak, zei Wayne tussen diepe ademteugen door. Hij heeft vier poten. Bij een wyvern zijn de voorste poten geëvolueerd tot vleugels.

Het wezen bezat onmiskenbaar vier poten. Alhoewel Peter gespierde poten had verwacht, leken deze meer op die van nijlpaarden, waarbij water het gewicht van het dier droeg.

Hij heeft wel vleugels. Peter wees op de vliezen tussen benige uitsteeksels aan de zijkant van het dier.

Daarmee kan hij niet vliegen, constateerde Wayne. Die zijn te klein voor zijn grootte en gewicht.

Peter knikte. Daar valt niets tegenin te brengen. Hij trok aan een vleugel en spreidde die uit. Het lijken meer vinnen. Hij liep om het reptiel heen en ontdekte zon zelfde vleugel aan de andere kant.

Kijk zijn staart, zei Wayne met hoge, hese stem. De staart van het beest eindigde niet in een hartvormige verbreding; het werd dunner en dunner en slingerde als wingerd door de vrije ruimte. Dat is geen drakenstaart. Ik heb altijd een pijlvormig einde getekend.

Peter streelde met zijn hand over de schubben van het beest. De huid lijkt op die van reptielen, met vergelijkbare patronen in dezelfde richtingen.

Een reptiel, inderdaad, beaamde Wayne gretig.

Peter duwde op de schubben en verwachtte harde schalen, maar de huid van het beest gaf mee. Hij duwde het hele beest een decimeter opzij. Wat? Zon groot lichaam kan je niet zomaar een duwtje opzij geven. Peter trok zijn hand snel weer in.

Wayne bevond zich nog aan de andere kant en duwde het enorme lichaam met evenveel gemak terug. Het stuitte op de vloer, rees omhoog en zakte traag omlaag.

Peter trok zijn wenkbrauwen op. Een reptiel dat stuitert? Zoiets heb ik nog nooit gezien. Ja, dit moet echt een tot nu toe onbekende soort zijn. Een prehistorisch dier op mijn naam: Reptilia Dickinsoni.

Arnoldo verstoorde hun focus op het beest. Kom kijken. Ik heb iets gevonden.

Het is een geraamte van een jonge vrouw. Hoe komt dat hier? Peter had zich over het skelet gebogen, dat al jaren in de vochtige grot had gelegen. Haar beenderen lagen in onnatuurlijke hoeken alsof iemand - of iets - haar wild heen en weer geschud had. Men had rond haar schouderbladen, ribben en heupen een gouden ketting gewikkeld. Een slot hield de ketting stevig op zijn plaats.

Wayne wuifde met zijn hand en wees hem op de opengebroken zetkasten tussen de schakels van de gouden ketting. Hier zaten ooit grote edelstenen in. Die zijn er met een scherp voorwerp uitgepeuterd. Maagdenoffers om draken te vriend te houden waren niet ongewoon, zei hij bedachtzaam. Maar de draak interesseerde zich voor de juwelen, niet voor de maagd.

Goud en edelstenen? dacht Peter.

Arnoldo rukte aan het zware slot, maar dat gaf niet mee. Hij tastte langs de schakels op zoek naar de zwakste. Zijn schreeuw en zijn van pijn vertrokken gezicht alarmeerden de anderen.

Drakenbloed is gevaarlijk, herhaalde Wayne bij zichzelf als in trance.

Arnoldo keek paniekerig naar zijn handen. Ze kleurden rood en zijn vingers zwollen op.

Vlug! Kom hier. Peter greep zijn waterfles en goot water over de handen van Arnoldo.

Peter graaide in zijn rugzak en haalde er een rol verband uit, die hij ook in het water drenkte en om Arnoldos hand wikkelde. Diens andere hand behandelde hij op dezelfde manier. Het laatste beetje water goot hij over de ingepakte handen. Wat zat er aan die ketting?

Terwijl de Italiaan vloekend op een rots zat, veegde Peter met een restje verband over de ketting. Wat er ook op zat, het brandde gaten in het textiel. Hij twijfelde, maar hield toch het verband bij zijn neus. Hij draaide zijn hoofd snel weg. Het stukje verband viel rokend uit zijn hand. Wat is dat voor spul? Had Wayne gelijk met zijn drakenbloed?


Wayne en Peter hadden besloten met zn drieën in de grot te blijven slapen. Arnoldo had - ondanks diverse pijnstillers - de nacht jammerend doorgebracht. Nu snurkte hij zachtjes. Peter piekerde over het beest. De eerste zonnestralen maakten Wayne eindelijk wakker, zodat hij hem zijn vragen kon voorleggen.

Iedereen weet dat draken schatten verzamelen, zei Wayne nuchter. Daar hoef je geen specialist voor te zijn. Hij trok zijn schetsboek tevoorschijn.

Wat een onzin, zei Peter. Waarom zouden ze dat doen?

Wayne haalde zijn schouders op. Zo zijn draken nou eenmaal. Hij begon een nieuwe potloodtekening van de draak.

Waarom heeft het beest van die kleine vleugels als hij er niet mee kan vliegen?

Weet ik veel. Sommige hagedissen hebben kammen en vlaggen, waarmee ze elkaar signalen geven.

Waaruit bestaat drakenbloed?

Het smelt het ijzer van een drakendoders zwaard, zei Wayne. Ik heb er een heel boek aan gewijd. Daarom testte ik het uit op mijn mes.

Dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag. Peter dacht even na. Een sterk zuur heeft dat effect op metaal. IJzer van slechte kwaliteit wordt er snel broos van. Hij pakte het glazen potje met gelei uit de wond in de nek van het beest. Uit een voorvak van zijn rugzak trok Peter een plastic zakje. Hij schoof de sluitstrip open en selecteerde een velletje met lichtgele teststrips. Met het houten spateltje smeerde hij gelei op een strip. Het strookje kleurde onmiddellijk bloedrood. Puur zuur, zei hij. Hij liet het strookje snel uit zijn vingers vallen. Dit is gevaarlijk spul, vergelijkbaar met zoutzuur. Arnoldos verwondingen zijn niet vreemd.

Peter keek bedachtzaam naar het plafond van de kalksteengrot. Er is iets met calcium en zoutzuur. Hij graaide zijn notitieboek uit zijn rugzak en mompelde in zichzelf terwijl hij de reactievergelijking begon op te schrijven. Calcium plus zoutzuur levert calciumchloride en waterstof. Nee, dat klopt niet. Hij zette in de reactievergelijking een twee voor de zoutzuur, een twee bij de calciumchloride en hield toen in. Waterstofgas?

Hij stapte naar het beest met zijn bolle lijf en drukte op de schubben. Als een ballon Hij gaf het beest een forse duw. Het schoof een meter opzij. Is hij gevuld met waterstofgas?

Wayne legde zijn schetsboek weg en kwam nieuwsgierig op hem af.

Waterstofgas is aanzienlijk lichter dan lucht. Peter gebaarde wild met zijn armen. Zijn vleugels zien eruit als vinnen: hij kan ermee sturen, maar ze hoeven dit enorme lichaam niet op te tillen. Hij gaat zweven als hij voldoende gas geproduceerd heeft. Dat is hoe deze draak vliegt!

Wayne bleef stil een staarde hem niet-begrijpend aan.

Hoe groter, hoe meer gas. Hoe meer gas hoe meer opwaartse kracht. Het is logisch dat het beest zo groot is, met in verhouding kleine vleugels. Zie je dat niet? Het is een zeppelin.

Ik geloof er niets van. Wayne liet zijn schouders zakken en draaide zich naar de draak.

Peter had een mentale deur geopend naar een kamer vol nieuwe kennis over hoe draken vliegen. Waterstofgas is uiterst brandbaar. Als de druk in het lichaam te hoog werd, had hij een manier om die te verlagen: hij spuwde vuur.

Ha, dan zou hij exploderen als hij dat gas zou aansteken, weerlegde Wayne.

Ik vond een mechanisme om zijn keel af te sluiten achterin zijn masker. Peter wreef over de stoppelbaard op zijn kin. Sommige chemische reacties hebben ontbranding tot gevolg. Zou deze draak het zwarte poeder uit zijn keelzak gebruiken?

Wacht even, is waterstofgas niet gevaarlijk? vroeg Wayne.

De draak zelf zal geen vuur meer spuwen, antwoordde Peter. We mogen in de buurt van de draak op geen enkele wijze vuur maken. Zelfs een vonkje is voldoende om zon waterstofgasbom te doen ontbranden.

Ik denk dat de draak voldoende gas heeft verzameld, zei Wayne.

Hoe kom je daarbij? vroeg Peter.

Wayne wees met zijn kin naar de draak.

Peter draaide om zijn as.

De draak zweefde nu op ooghoogte.


Als een draakvormige heteluchtballon verhief het lichaam zich langzaam in de lucht. De lange nek hing slap omlaag voor het lichaam, de vier poten bungelden er onder. De staart had een natuurlijke kromming en krulde als een uitgerekte springveer.

Zowel Wayne als Peter aanschouwde het gebeuren met ontzag. Het enorme gevaarte koos moeiteloos het luchtruim.

Peters blik volgde de zwevende draak. De opwaartse luchtstroom zorgde ervoor dat het enorme lichaam de enige uitgang tegemoet gleed. Het duurde even voordat Peter het probleem besefte. Houd hem tegen! Hij holde achter de draak aan en trachtte de laagste krul in de staart te grijpen. Ondanks zijn sprong kon hij de staart niet vasthouden. Ook Wayne deed een verwoede poging, maar de draak ontsnapte aan hun inspanningen.

Heeft Arnoldo nóg een touw? vroeg Peter.

Arnoldo schrok wakker en keek Wayne verdwaasd aan, toen deze hem met die vraag confronteerde. Hij gebaarde naar zijn tas en ging overeind staan.

Even later stond Wayne onder de draak en wierp hij een dunne lasso naar het drakenmasker. Die haakte om een hoorn en bleef erachter steken. Als ze trokken hielden ze de draak tegen, maar zodra ze kracht zetten om het dier weer omlaag te bewegen, schoot het touw los.

Vlug, werp het touw over de staart, zei Peter.

Wayne gooide het touw. Hij liet het vieren totdat Peter de lus kon grijpen. Tegelijkertijd haalden ze het touw in. De staart boog omlaag en het touw schoof gestaag op naar het dunne einde. Als de staart een pijlvormige verbreding had gehad, zou het touw daarachter blijven haken, maar nu gleed het van de staart af zonder dat het houvast vond. Peter sprong nog voordat het touw de grond bereikte. Zijn vingertoppen raakten het reptiel. Het puntje van de staart glipte tussen zijn vingers door.

De draak zweefde buiten hun bereik en sloot weldra de uitgang van de grot met zijn enorme lichaam helemaal af. Het dikke touw, waarmee ze in de leefruimte van de draak waren afgedaald, werd omhooggetild door de draak.

Dat is precies waar ik bang voor was, zei Peter.

Hoe komen we hier nu uit? vroeg Wayne.

Arnoldo riep hen van dieper uit de grot. Ik heb het gevonden. Eindelijk! Kom vlug! Hij wenkte met zijn verbonden handen en verdween alweer in de diepte.


Zie je wel. Dát is wat draken doen, zei Wayne in zijn nopjes. Ze verzamelen een schat.

Talloze goudkleurige voorwerpen lagen opgehoopt in de diepstgelegen grot, hier en daar stak een zwaard en een hellebaard tussen de objecten omhoog.

Waarom goud en zilver? Waarom niet een nest van takken of stro? vroeg Peter.

Je zag wat er voor de ingang van de grot gebeurde: modder en slijm maakten voortbewegen moeilijk, bedacht Wayne.

Ah, natuurlijk! Peter greep zijn notitieboek om de ontdekking te noteren. Door het verlies van zure lichaamssappen wordt de grond onder een draak drassig en slijmerig. En wat houdt de werking van zuur tegen?

Wayne en Arnoldo keken elkaar vragend aan.

Edele metalen, natuurlijk. De draak nestelt op goud en zilver omdat die niet aangetast worden door het zuur dat uit zijn lichaam sijpelt. Hij is helemaal niet geïnteresseerd in de waarde van het materiaal. Peter keek Arnoldo indringend aan. Alleen wat het voor hem kan betekenen.

Zou dat écht de reden zijn? vroeg Wayne zich af.

Arnoldo klemde een oude beker met een verbogen handvat tussen zijn handen. De beker had een doffe gouden kleur, maar zodra Arnoldo het met het verband om zijn hand oppoetste, begon de beker weer te glimmen. Arnoldo straalde ook. Dit metaal is middeleeuws, maar nog steeds zijn gewicht in goud waard. Ik heb mijn schipper gevraagd om ons met zijn vrachtboot op te pikken van de kust. Ik hoop dat hij snel arriveert. Dan kan ik deze schat te gelde maken.

Ehm zei Wayne, we kunnen niet meer uit de grot. De draak is gaan zweven en sluit de uitgang af.

Terwijl ik de schat zocht? Waarom hebben jullie dat niet tegen gehouden?

We hebben het geprobeerd. We waren net te laat, zei Peter.

Mismoedig inspecteerde Peter de grot met het drakennest. Hé, ik zie helemaal geen edelstenen, zei hij. Had de draak niet edelstenen uit de gouden ketting van de maagd verwijderd?

Arnoldo speurde gretig door de schat. Die edelstenen moeten er dan toch ook zijn. Wat denk jij, Wayne?

Wayne dacht even na. In de folklore vind je verhalen van draken die edelstenen aten. Ik heb het nooit in mijn boeken durven verwerken. Waarom zouden ze dat doen?

Nou Peter zag weer een puzzelstukje op zijn plaats vallen. Platina ontbrandt een mengsel van waterstof en zuurstof, maar alleen als de katalysator is fijngemalen tot een poeder. Edelstenen in een keelzak of een maag van een draak kunnen dat doen. We gaan ernaar zoeken als we bij de draak zijn.

Dan moet de draak ook aan platina kunnen komen. Zou hij dat uit de offers halen, of graaft hij het zelf op? Platina is zeldzamer dan goud, zei Wayne.

Maar platina verdwijnt niet bij de ontbranding van waterstofgas en zuurstof, pareerde Peter.

Heeft de draak een zak met edelstenen in zijn lijf? Arnoldo drong zich op bij Peter. Dan moeten we het beest omlaag zien te krijgen. Kunnen we hem niet lek prikken? Hij graaide met beide handen naar een hellebaard die uit de drakenschat omhoog stak en rukte die omhoog.

Een harnas met een geraamte erin stortte rammelend in elkaar.

Wayne glimlachte van oor tot oor. Een drakendoder. De held van het verhaal.

Jouw held is anders gestorven in het harnas. Peter wees naar het zwartgeblakerde metaal. Jouw drakendoder heeft de draak niet gedood, maar andersom.

Wayne staarde in de verte en schudde langzaam zijn hoofd. Deze draak was echt levensgevaarlijk.

Hier liggen nog twee helden, zei Arnoldo droog. Zwartgeblakerd en wel.

Wayne bestudeerde Arnoldos vondst. Ze waren kansloos. Wayne liet zijn kin op zijn borst zakken.

Niet helemaal, antwoordde Peter. Met zijn hellebaard kon hij de huid van de draak gemakkelijk doorboren. Daarmee verliest de draak gas en dus vliegvermogen. Het masker van de draak is een schild, maar het lichaam erachter is kwetsbaar. De aanblik van de draak moet de aanvaller afleiden, totdat hij door de vlammende adem wordt verzengd. Peter kwam overeind en nam de andere twee in ogenschouw. Het is allemaal logisch.

Laten we dan een paar van deze satéprikkers meenemen en die draak omlaag halen, zei Arnoldo. Hij zwaaide onhandig met de hellebaard.

Het touw waarmee we afdaalden is weg, dus hoe komen we bij het plafond? Wayne hief zijn handen omhoog.

Zullen we eerst een experiment doen? Peter lachte toen de anderen hem schaapachtig aankeken.


Wayne, wil jij een bot van een drakendoder fijnstampen tot een poeder? vroeg Peter. Het calcium in beenderpoeder is het basisingrediënt van dit experiment.

De illustrator kraakte het bot en verzamelde dat in een zilveren schaal, rijkelijk versierd met handvatten in de vorm van draakjes. Hij stampte het met een gouden scepter uit de schat fijn.

Arnoldo prikte en hakte vervaarlijk met de hellebaard in het rond. Wayne en Peter bleven uit zijn buurt.

Peter trok het zeil dat hij op de grond had uitgespreid onder hun spullen vandaan. Hij bond alle vier de hoeken bij elkaar met de lasso. De rest van het touw hing in een paar lussen omlaag. Een dunner touw uit Peters rugzak verbond de vier hoektouwen met elkaar. Dat zou een beetje stevigheid geven.

Peter haalde het potje tevoorschijn met de zure gelei uit de draak. Hij selecteerde een gouden vaas met een smalle hals uit de schat en schonk zorgvuldig de gelei in de vaas. Is dat poeder al klaar? vroeg hij Wayne. Met een elegante, zilveren lepel schepte hij het beenderpoeder over het zuur. Peter goot er op de gok wat van het zwarte poeder uit de keelzak van de draak bij.

Een steekvlam schoot uit de vaas. Beide mannen vielen van schrik achterover. De vaas viel om en de laatste vlammen kropen over de hals.

Peter rook verschroeid haar en wapperde met zijn vingers door zijn lokken. Platina. Hij klonk verbaasd en opgelucht tegelijk. Dit bewijst het chemische proces in de draak. Snel, zet die vaas overeind.

Peter dook in zijn rugzak en trok er een vuilniszak uit. Hij bond die met een touwtje om de hals van de vaas. Langzaam maar zeker vulde de zak zich met gas. Zodra de zak op spanning was, kneep hij de toevoer af en bond de vuilniszak stevig dicht met het touwtje. Hoe zou een draak het gas opslaan? vroeg Peter zich hardop af. In een blaas of in zijn kalkskelet? Hij liet de zak niet los voordat die zich onder het zeil bevond waaraan ze de touwen geknoopt hadden. Hij zweefde gelijk omhoog en Wayne pakte snel een van de lussen voordat het geheel net als de draak buiten bereik raakte.

Wat zullen we eens optillen? vroeg Peter de anderen.

Arnoldo bood de zilveren schaal met handvatten in de vorm van draakjes aan.

Dat moet lukken, zei Peter en ze bonden de schaal aan de lussen vast. Met een plechtig gebaar liet Wayne de geïmproviseerde ballon los. Hij zweefde omhoog en de schaal schommelde er onder.

Peter aanschouwde het zwevende gevaarte met de handen in zijn zij en een tevreden glimlach rond zijn mond.

Het werkt echt. Verbazing kleurde Waynes stem. Hij vliegt zonder vleugels.

De natuur vond het luchtschip vele eeuwen eerder uit dan graaf Von Zeppelin, grijnsde Arnoldo. Kom, we moeten hem achterna: hij wijst de weg naar de uitgang. Arnoldo staarde omhoog naar het plafond.

Even later klauterden ze over de rotsige wand richting de draak. De klim werd snel steil en ze kwamen maar langzaam vooruit. Geleidelijk naderden ze de onderkant van de draak. Zodra Arnoldo aangaf dat hij niet meer verder kon, besloten ze te rusten en de volgende morgen het laatste stuk af te leggen.

De rotsen dichtbij het plafond waren hard, ongelijk en liepen schuin af. De aanblik van de buik van de draak vond Peter bemoedigend. Als ze nog een stukje verder klommen zouden ze de draak bereiken, zodat ze de uitgang weer vrij konden maken. Geen van hen sliep die nacht erg comfortabel.


Gebroken door de korte nacht stommelde Peter overeind. Hij speurde om zich heen en ontdekte waar de anderen sliepen. Hij hapte naar adem.

Waar is mijn rugzak?

Hij scharrelde een stukje de helling af, in de hoop dat zijn rugzak omlaaggerold was. Met elke stap groeide zijn ongerustheid. Al mijn spullen zitten in die rugzak. Hij greep naar de heupzak van zijn broek. Zijn paspoort en portemonnee zaten daar nog in. Het zwarte poeder. Mijn camera. Mijn notitieboek! Het zweet brak hem uit. Hij ademde sneller en keek wild om zich heen. Hij hoopte zijn rugzak snel te ontdekken en te kunnen ontspannen, maar dat bleef uit.

Ik kan mijn rugzak niet vinden, snauwde Peter zodra hij terugkwam bij de anderen. Het bevat alle harde bewijzen voor mijn onderzoek. Ik moet hem terugvinden.

Waar heb je hem het laatst gezien? vroeg Arnoldo.

Hij stond vlak naast mijn hoofd toen ik in slaap viel, zei Peter.

Arnoldo strompelde dezelfde richting op als Peter in eerste instantie had gedaan.

Peter hoopte dat hij triomfantelijk de rugzak omhoog zou houden als hij zich omdraaide, maar Arnoldo hief zijn lege handen en trok zijn schouders op nadat hij weer omhoog klauterde.

Wayne inspecteerde verward de omgeving, alsof de rugzak opeens ergens boven water zou komen.

Peters hart roffelde. Zweetdruppels zakten over zijn rug. Mijn aantekeningen: allemaal weg. Fotos en video-opnames: verloren. Mijn rugzak is ergens in deze grot, want de draak heeft de uitgang al die tijd afgesloten. Hij legde zijn hoofd in zijn nek en zuchtte.

Nieuwe zoekacties leverden niets op. De enige mogelijkheid was om het laatste stuk van de helling naar de draak te beklimmen en de rugzak later te zoeken. De helling werd een wand die boven hen uit torende. Na een korte, maar steile klim konden ze eindelijk de huid van de draak aanraken. Nu kwam de hellebaard van pas.


Arnoldo doorboorde de huid van het reptiel gemakkelijk, maar daarachter bevond zich een rooster van botten met een honingraatstructuur.

In gedachten maakte Peter aantekeningen over de wijze waarop de draak het gas in het lichaam opsloeg. Lichte botten, zoals bij vogels, bedacht Peter.

Elke cel van dat rooster bevatte waterstof en telkens als ze een cel doorboorden, roken ze het zoutzuur, dat een verbinding aanging met calcium die waterstofgas opleverde. Het rooster bestond uit duizenden cellen, elk een minuscule vliegholte, gevuld met gas veertien keer lichter dan lucht.

De hellebaard was geen succes. Hoe vaak ze ook in het beest prikten, de draak bleef tegen het plafond gedrukt. Even hadden ze nog hoop dat het zweefvermogen van de draak uiteindelijk zou afnemen, maar niets was minder waar. Ondanks hun verwoede pogingen lukte het niet de draak te laten zakken.

Hoe zou een draak dat zelf doen? vroeg Peter zich af. Kan hij gas uit zijn vliegholtes pompen?

Zijn vurige adem zou helpen om gas te verminderen. Als hij te lang vuur spuwt, beïnvloedt dat zijn vliegvermogen, zei Wayne. Maar dat helpt nu niet, want de draak is dood.

Desondanks verteert het zuur zijn kalkskelet en produceert hij nog gas. Uiteindelijk blijft er niets van de draak over, maar wie weet hoelang dat nog duurt, zei Peter. Het verklaart wel waarom we nooit skeletten van draken hebben gevonden.

Moedeloos liet Peter zich met zijn rug tegen een groot rotsblok zakken en hij overzag de kalksteengrot, waar in de verte de schat verborgen lag. Komen we hier van honger en dorst om? Eindigen we zelf als skeletten, zoals de maagd en de drakendoders? Als we hier sterven maakt het toch allemaal niets meer uit.

Vermoeid dommelde Peter in een onrustige slaap.


Peter schrok wakker door het knetteren van vuur. Hij sprong overeind zodra hij zich realiseerde wat het betekende. Geen vuur in de buurt van zon waterstofbom. Eén vonkje is genoeg

Hij vond Wayne dommelend op een vlak stuk boven zijn slaapplaats. Achter een groot rotsblok lichtte het vuur op.

Flakkerende vlammen verlichtten Arnoldos gezicht. Uit diens vastberaden blik concludeerde Peter dat dit vuur niet per ongeluk was ontstaan. Arnoldo pookte er zelfs in met de hellebaard.

Het vuur gaf, vergeleken met de rest van de grot, zo fel licht dat Peter een hand voor zijn ogen hield om het af te schermen. Daardoor zag hij pas laat wat er brandde. Zijn notitieboek lag open, maar Arnoldo had alle beschreven bladzijden eruit gescheurd. De vlammen likten aan de kaft. Diverse proppen rond het boek vatten snel vlam en verpulverden tot zwart stof. Hij herkende in een smeulend brok plastic zijn camera.

Peter spurtte op het vuur af, maar Arnoldo hield hem ervan weg door zijn arm uit te steken, de hellebaard te kantelen en die naar Peter te zwaaien.

Peter sprong verschrikt naar achter. Hoe doof ik dat vuur? Hij deed een nieuwe poging om het hengsel van zijn rugzak uit het vuur te trekken.

Arnoldo stootte zijn wapen naar voren en Peter kon alleen maar naar achteren uitwijken. Peter struikelde achteruit en rende naar Waynes slaapplaats. Hij schudde hem hard aan zijn schouders. Arnoldo steekt mijn spullen in brand. We moeten hem tegenhouden.


Stop, Arnoldo! zei Peter. Waarom steek je de boel in de hens? Dit is niet de manier om de draak te bewaren

Wat doe je? probeerde Wayne, zodra hij de situatie doorzag. Zo kunnen we niet bewijzen dat draken vlogen als zeppelins en daarom zon groot lijf nodig hadden dat ze met kleine vleugels bijstuurden.

Peter wierp een blik op Wayne. Hij heeft het werkelijke uiterlijk van draken geaccepteerd.

Wat kan mij dat beest schelen! gromde Arnoldo. Hij is al honderden jaren dood en zal nooit meer tot leven komen. Het enige waardevolle aan de draak is dat hij een schat verzamelde die zoveel waard is dat ik ons landhuis kan herstellen, de familie kan ondersteunen en mijn moeder fatsoenlijk kan begraven. Dit is míjn expeditie. Ík heb die schat ontdekt: het is mijn schat. Zodra deze vondst bekend wordt, verworden de draak en zijn schat tot wetenschappelijk gemeengoed. Dat kan ik niet laten gebeuren.

Peter aanschouwde vol afgrijzen hoe de vlammen uit zijn rugzak sloegen en een walmende rook uit het vuur opsteeg. Zonder tastbare bewijzen van de draak, zal ik geen erkenning krijgen voor mijn ontdekking. Er zal geen Draconia Dickinsoni bestaan.

Wayne en Peter wisselden blikken uit. De wetenschap dat dit dier heeft bestaan en de kennis die we hebben opgedaan van zijn manier van leven, dát is de echte schat, zei Peter.

Daar koop ik niets voor, bromde Arnoldo. Hij pookte het vuur nog eens op met het blad van de hellebaard. Er zitten edelstenen in die draak. De schat is het enige van waarde in deze grot en als we hier niet uit kunnen, kan ik die niet verzilveren.

Arnoldo hief het metalen blad omhoog. De hengsels van Peters rugzak haakten in de punten van de hellebaard.

Peter sloeg zijn hand voor zijn mond. Niet doen!

Wayne dook weg achter een rotsblok.

Arnoldo priemde de hellebaard met de brandende inhoud van de rugzak in het met waterstofgas gevulde drakenlichaam.


Doe dat niet riep Peter nog, maar Arnoldos actie startte de kettingreactie en niets kon die meer stoppen. Elke cel gevuld met gas in het rooster barstte open en liet daarmee zuurstof en vuur toe tot naburige cellen, zodat het effect zich alle kanten op verspreidde. Gele vlammen schoten tevoorschijn uit de draak. Kort daarna volgde de explosie.

Peter verschool zich achter het grote rotsblok, maar zelfs dat trilde door de drukgolf die zich door de grot uitspreidde.

Her en der vielen stalactieten, die op de grond uiteen spatten in brokken kalksteen die alle kanten op schoten.

De grot kleurde geel en oranje door de vuurbal die rond de draak opbolde; een vuurbal die in een steeds grotere cirkel langs het plafond uitdijde. Daarna vulden zwarte rookwolken de grot. Die ontnamen Peter alle zicht. Hij verborg zijn neus en mond in zijn elleboog, terwijl hij de helling omlaag klom om onder de vette rook te blijven.

Net toen Peter dacht dat alles voorbij was, schoten projectielen vanuit het drakenlichaam alle kanten op. Ze stuiterden en kletterden over de rotsen.

Een uitgerekte kreet van Arnoldo stopte abrupt. Peter durfde niet te kijken, omdat er nog meer van die stenen langs konden schieten. Arnoldo kermde in de buurt van de plek waar kort daarvoor de draak had gezweefd.

Nu knetterden overal verspreid kleine vuurtjes en alle resten van het mythische wezen gingen in vlammen op. De rook verzamelde zich in de gang boven het gat in het plafond en schoot de lucht in bij de ingang aan de kust.

Pas toen hij weer wat kon zien in de grot, waagde Peter zich achter de rots vandaan. Arnoldo blies zijn laatste adem uit voordat Peter bij hem was. Al had hij de juiste medische kennis gehad, Peter had hem niet kunnen redden.

Twee edelstenen die uit de draak waren geschoten hadden Arnoldo getroffen. Een punt van een diamant had zich in zijn buikwand geboord. Zijn hevig bloedende hoofdwond was waarschijnlijk het gevolg van zijn val. Maar de wond in zijn nek, waar een ruwe robijn zich door zijn halsslagader geboord had, bleek fataal. Bloed gutste uit de wond op de maat van zijn hartslag en Arnoldo kreeg geen zuurstof meer. Kort na de explosie lag Arnoldo al levenloos op de rotsige bodem, te midden van verschillende bloedsporen die de helling af kropen.

Peter zat er verdwaasd bij.


We moeten nu uit de grot! Wayne dook voor Peter op, zijn gezicht bedekt met wit krijtpoeder. De gang in de permafrost wordt verwarmd door het vuur en de rook. We kunnen niet wachten. Laat de schatjager achter bij zijn schat. Wij moeten naar buiten. Nu!

Peter kwam overeind. Stof en gruis viel van zijn kleren. Wayne trok aan zijn arm en sjorde hem de helling af.

Wacht. Moeten we niet omhoog? vroeg Peter.

Ons touw kwam weer omlaag zodra de draak ontplofte. We kunnen dat lager oppikken, maar we moeten wel snel zijn. Loop door.

Peter zag het eind van het touw waarmee ze in de grot waren afgedaald opdoemen. Wayne had het om een steen gebonden, waardoor het schuin richting de uitgang hing.

Klimmen. En snel.

Zonder rugzak en met een flinke stoot adrenaline lukte het Peter om tamelijk snel de afstand tot het plafond af te leggen. Het hijgen van Wayne onder hem gaf aan dat hij vlak achter hem aan omhoog klom.

Omlaag was de gang door de permafrost al glibberig geweest, omhoog bleek hij haast onbegaanbaar. Het ijskoude smeltwater dat langs de wanden sijpelde, maakte het moeilijk om de steile gang snel te beklimmen. Ze moesten continu houvast zien te vinden in de spleten en scheuren in de vloer en de wanden. Sommigen daarvan ontstonden ter plekke.

Af en toe schoven ze weer een stuk omlaag. Met luid geraas stortte een deel van de gang achter hen in, waardoor ze alleen maar sneller hun weg naar de open lucht zochten.

Zwaar hijgend en zwetend bereikten ze ten slotte de opening bij de plek waar ze de draak voor het eerst aanschouwd hadden. Vergeleken met de ijzige wanden en papperige sneeuw op de vloer in de gang was de slijmerige modder een verademing. Ze lagen op hun rug uit te hijgen toen ze de zilveren schaal met handvatten in de vorm van draakjes ontdekten.

Een diep gerommel in de gang, als onweer in de verte, gaf aan dat de wanden het begaven en het plafond instortte. Een witte wolk sneeuw schoot uit de opening en brokken ijs sloegen in rond de ingang. Met luid geraas bezweek de ingang. Dat sloot de kalksteengrot opnieuw af en bedolf het weer onder meters ijs.


Een uitroep in het Russisch wekte hen uit hun ijzige slaap. De schipper van het vrachtschip dat de schat zou vervoeren trok hen overeind. Even later zaten ze klappertandend op de boot. Ze kregen een wollen deken om zich heen en sloegen elkaar in stilte gade.

We hebben geen enkel overtuigend bewijs kunnen meenemen, zei Peter ten slotte.

Wayne hield de zilveren schaal omhoog. En ik heb mijn schetsen nog. Waynes tanden bleven tegen elkaar tikken. Maar ik zal nooit meer een draak kunnen tekenen met te grote vleugels of een te klein lijf, zei Wayne bedachtzaam.

Peter knikte. Zonder bewijzen is jouw fantastische verhaal evenveel waard als mijn wetenschappelijk onderzoek. Zullen we een boek samenstellen met mijn hypothese en jouw illustraties?


Antoni Dol is geboren in 1963. Hij is afgestudeerd als illustrator op de Gerrit Rietveld Academie, studeerde reclame op de Kunstacademie van Rotterdam en was drie jaar freelance illustrator. Vanaf 1995 groeide hij als webdesigner en interactieontwerper mee met het internet en was van 1996 tot 2016 werkzaam in de IT voor bekende Nederlandse bedrijven.

Antoni schreef artikelen en columns voor interne en externe publicaties en voor tijdschriften over webdesign.

In het sciencefictiongenre schrijft Antoni sinds 2017 hij verhalen in de nabije toekomst en op de Aarde, waarbij verassende of falende techniek van invloed is op mens en maatschappij. Daarnaast schrijft hij verhalen die afspelen in een toekomstige maatschappij met suggesties voor oplossingen voor toekomstige problemen.

antonidol.nl

Lees hier meer verhalen