Inspecteur Hans Werner haastte zich de straat over en groette de koetsier die voor hem had ingehouden. De paarden schraapten met hun hoeven over de beijzelde keien en hun adem vormde wolkjes in de lucht.

Werner kneep zijn ogen tot spleetjes om het uithangbord te lezen dat boven hem heen en weer schudde in de wind. Lantovs Toverlantaarns stond er in zwierige letters. Hij draaide aan de deurknop en merkte dat deze meegaf. Een belletje kondigde zijn komst aan. De inspecteur stampte de sneeuw van zijn schoenen en sloot de deur achter zich, blij dat hij de ijzige kou buiten kon sluiten.

De winkel die hij was binnengestapt, stond van boven tot onder vol met toverlantaarns en kartonnen dozen waar de bijbehorende plaatjes inzaten. Werner zette zijn hoed af en begon zijn leren handschoenen uit te trekken terwijl hij de winkel in zich opnam. In een donkere hoek van de winkel brandde een van de lantaarns. Het plaatje dat werd geprojecteerd, toonde een huiselijk tafereel. Een vos zat, aangekleed als een rijke heer, op zijn gemak pijp rokend de krant te lezen. Een kleiner vosje speelde aan zijn voeten met een pop.

Inspecteur Werner. Een jonge agent stond onderaan een trap die deels achter de toonbank schuilging. Deze kant op, alstublieft.

Werner volgde de agent. Hij probeerde de naam van de jongen te herinneren maar aangezien zelfs zijn gezicht hem niet bekend voorkwam, gaf hij die poging al snel op. Ongetwijfeld had de commissaris hen aan elkaar voorgesteld, maar als mensen geen verdachten of getuigen waren, had Werner de neiging ze op slag te vergeten.

De trap leidde naar een smalle overloop. Uit een deur die op een kier stond, stroomden licht en stemmen. De agent duwde de deur verder open en kondigde Werners komst aan. Een blozende man met een rond brilletje schudde Werner de hand.

Dokter Stefan Stein. Aangenaam kennis te maken.

Inspecteur Hans Werner. Insgelijks, dokter.

Werner nam de man op. Dit was dus de dokter. Zijn vest spande te strak om zijn bolle buik, een teken van weinig zelfcontrole vond Werner, maar zijn ogen stonden pienter.

De reden voor Werners aanwezigheid lag iets verderop. Een jonge vrouw lag op een met rood fluweel beklede sofa. Van een afstandje zag ze er vredig uit maar het geoefende oog van Werner bemerkte al snel haar gebalde vuisten. Haar nagels hadden zich diep in het vlees gedrongen. Hij liep naar haar toe en keek in een spierwit gezichtje. De lippen waren blauw en vertrokken in een pijnlijke grimas. Haar wijd open gesperde ogen staarden Werner blanco aan.

Vergif? vroeg Werner.

Zeer waarschijnlijk, antwoordde de dokter.

Een leeg wijnglas lag op zijn kant naast de bank. Het restant wijn dat erin zat, was deels in het kleed getrokken. Ernaast lag een leeg flesje. Werner pakte het op en las het etiket. Dovers Pillen. Hij liet het aan de dokter zien.

De dokter zuchtte. Daar hebben we de boosdoener. Een effectief kalmeringsmiddel maar dodelijk bij een overdosis.

Kan het een ongeluk zijn geweest? Dat ze per ongeluk te veel heeft genomen? vroeg Werner.

De dokter ging zitten en depte zijn voorhoofd met een zakdoek. Nee, dat lijkt me sterk. Onze apotheker geeft heel duidelijke instructies bij dergelijke middelen. Om dodelijk te zijn moet ze zeker tien pillen hebben genomen en dat is veel meer dan de aanbevolen dosis. Dit lijkt me een klassiek geval van zelfmoord, inspecteur.

Die conclusie is aan mij om te trekken, dokter, zei Werner licht geïrriteerd, waarna hij zijn aandacht verplaatste naar het wijnglas. Uit zijn binnenzak haalde hij een klein doosje. Hij opende het, haalde de kwast eruit en nam wat poeder op. Het poeder bleef op diverse plekken op het glas kleven, maar nergens vormde zich een vingerafdruk. Was het schoongeveegd? Hij herhaalde de handeling bij het flesje, maar het resultaat was hetzelfde.

Werner zette het wijnglas op tafel en liet het flesje in zijn zak glijden. Hij verplaatste zijn aandacht naar de dode vrouw. Ze droeg een lange roodbruine rok, met daarop een crèmekleurige zijden blouse en een jasje gemaakt van dezelfde stof als de rok. De afwerking was bijzonder netjes en de stoffen zagen er duur uit. Op haar huid droeg de vrouw een ketting. Voorzichtig trok Werner het hangertje tevoorschijn. Het was een medaillon dat een kleine hoeveelheid gevlochten zwart haar bevatte. Waarschijnlijk niet van familie want de vrouw zelf was lichtblond.

Ik heb begrepen dat er een getuige is? vroeg Werner aan niemand in het bijzonder.

Jazeker, inspecteur, antwoordde de jonge agent. Ze zit in de keuken, volgt u mij.

Werner stapte de keuken binnen. Het was een klein vertrek met links een fornuis en wasbak en rechts een eettafeltje met twee stoelen. Een vrouw stond met haar rug naar Werner toe en keek uit het raam. Een wollen omslagdoek spande strak om haar schouders.

Werner kuchte om zijn aanwezigheid kenbaar te maken.

Langzaam draaide ze zich om. Werner schatte dat ze niet ouder dan dertig was. Enkele van haar zwarte krullen waren losgeraakt uit haar knotje en omlijsten haar gezicht. Afgezien van haar hoekige neus en roodomrande ogen was ze niet onaardig om te zien. Ze droeg een eenvoudige, donkerblauwe rok met daarop een witte, katoenen blouse. Om haar nek hing een zelfde medaillon als het slachtoffer om had.

Wie bent u? vroeg ze.

Inspecteur Werner. Hij maakte een bescheiden buiging.

Lotte Lantov.

Gecondoleerd met uw verlies, mevrouw Lantov. Ik wil u graag enkele vragen stellen.

Ze knikte en gebaarde naar de kleine keukentafel.

Wat was uw relatie met het slachtoffer? vroeg Werner nadat hij had plaatsgenomen.

Christina was een goede vriendin. Ze woonde bij mij in.

Hoe kende u elkaar?

Lotte fronste haar wenkbrauwen. Ik haalde herinneringen bij haar weg.

U deed wat?

Lotte snoof. U bent niet van hier, is het wel?

Nee, dat ben ik inderdaad niet. Ik woon sinds een maand in Bohem.

Lotte zuchtte diep.

Wat is er vanmiddag gebeurd?

Christina is doodgegaan, fluisterde ze. Lotte staarde langs Werner heen en haar ogen vulden zich met tranen.

Ik heb iets meer detail nodig, mevrouw Lantov.

Ze veegde de tranen uit haar ogen en haalde diep adem. Goed. Het was erg rustig in de winkel. Ik ben samen met Christina naar boven gegaan om iets te drinken. Het belletje van de winkel is ook boven te horen dus we kunnen altijd naar beneden lopen als er klanten zijn. Christina wilde graag een glas wijn en liep naar de drankenkast. Ik vond het te vroeg voor wijn en ging naar de keuken om thee te zetten. Ik heb de thee gemaakt, brood en kaas gepakt en ben terug naar de kamer gelopen. Toen lag ze daar, op de bank. Ze lag helemaal te schokken. Ik ben naar haar toegegaan, heb gevraagd wat ze had gedaan. Maar op dat moment kon ze al niet meer praten. Ze gorgelde wat, probeerde te glimlachen. Voor ik het wist, stopte het schokken en lag ze daar, levenloos.

U lijkt ervan uit te gaan dat het zelfmoord was, mevrouw Lantov? Werner keek haar onderzoekend aan. U heeft Christina immers gevraagd wat ze had gedaan?

Ze was alleen in die kamer, inspecteur. Als er iemand was binnengekomen, had ik dat gehoord.

De winkeldeur is de enige ingang?

Er is een achterdeur, maar die zit op slot. We gebruiken hem zelden. En daarnaast, die deur kraakt zo gigantisch dat ik dat zeker had gehoord.

Werner haalde het flesje uit zijn zak en toonde het aan Lotte.

Christina gebruikte die pillen al jaren om rustig te worden, zei Lotte. Eén pil opgelost in een glas wijn had een zeer kalmerende werking.

Juist, ja. Werner zette het flesje op tafel. Waarom denkt u dat Christina zich van het leven heeft beroofd?

Omdat ik gefaald heb. Haar stem was zo zacht dat Werner haar amper kon verstaan. Lotte stond op en ging weer voor het raam staan. Wilt u alstublieft weggaan, inspecteur?

Werner zweeg en keek naar de tengere gestalte voor het raam. Alles wees naar zelfmoord en toch had Werner het gevoel dat er iets niet klopte.

Nog één vraag, mevrouw Lantov. Wat zit er in uw medaillon?

Een lok haar van Christina.

Dank u wel, mevrouw Lantov. Hij wilde opstaan toen zijn aandacht opnieuw naar Lotte werd getrokken. Er bewoog iets, vlakbij Lottes schouder. Hij verstijfde toen hij de vorm van een hand herkende. De hand, grotendeels doorzichtig en spierwit, greep Lottes arm vast. Een rilling trok door het lichaam van de jonge vrouw. Ze mompelde iets. De hand verdween.

Werners hart klopte wild terwijl hij naar de plek staarde waar hij de hand had zien verdwijnen. Dat kon toch niet?

Mevrouw Lantov? Tot zijn ongenoegen merkte Werner dat zijn stem licht beefde. Is alles goed? Ik zag u rillen. Het was net of - Hij maakte zijn zin niet af. Het was te belachelijk voor woorden als hij er goed over nadacht.

Ze draaide zich naar hem om. Was net of, wat?

Niets. Ik weet voor nu genoeg, mevrouw Lantov. Morgen kom ik terug.

Goedemiddag, inspecteur.

Werner knikte en liep de keuken uit, terug naar de woonkamer. De dokter en de jonge agent legden Christinas lichaam op een draagbaar.

Morgen laat ik u weten wat de exacte doodsoorzaak was, inspecteur, zei de dokter.

Heel goed, dank u wel. Kende u deze dames, dokter?

Jazeker. Dokter Stein nam zijn bril af en begon deze op te wrijven. Christina heeft een akelig verleden, inspecteur. Ze werd verkracht door haar vader. Lotte heeft geprobeerd hem achter de tralies te krijgen, maar ze maakte geen schijn van kans. Christinas opa bezit zo ongeveer half Bohem en een dergelijk schandaal zou funest zijn voor zijn reputatie.

U heeft niet veel vertrouwen in onze rechtstaat, dokter?

Ach, inspecteur Werner, dat zou u ook niet meer hebben als u dat arme kind had onderzocht. Amper zestien jaar en dan zo, zo toegetakeld. Om eerlijk te zijn, inspecteur, verbaast het met dat we haar lichaam al niet veel eerder hebben gevonden.

Leeft Christinas vader nog?

Nee, twee jaar geleden is hij overleden. Overmatig drankgebruik.

Ze was eindelijk van haar vader verlost en dan toch zelfmoord? Werner wreef nadenkend over zijn snor.

De menselijke geest is heel buigzaam, inspecteur Werner, maar er is een punt waarop ze breekt.

Werner knikte. Juist, ja. En, mevrouw Lantov? Ze zei dat ze herinneringen weghaalde? Dat klonk me nogal eigenaardig in de oren.

De dokter glimlachte. Dat kunt u beter aan haar zelf vragen, inspecteur. Of nog beter, vraag haar een herinneringsplaatje voor u te maken.

Mmm, het doet mij aan duivelskunsten denken.

Ach nee, inspecteur, verre van dat. Wat zij kan is een gave, geen vloek.

En haar relatie met Christina?

Ze waren beste vriendinnen. Lotte ging door het vuur voor Christina. Dokter Stein knikte naar de agent. Samen tilden ze de brancard op. Als u mij excuseert, inspecteur, ik wil haar graag voor het donker naar mijn praktijk brengen.


Werner leunde achterover en liet zijn blik over de documenten en aantekeningen op zijn bureau gaan. Christina Kühle, tweeëntwintig en erfgename van een groot fortuin, en toch inwonend bij een vrouw van simpele komaf. Lotte Lantov, een dame van zevenentwintig die drie jaar geleden haar vaders winkel had geërfd. En blijkbaar ook een bijzonder talent, als hij alle verhalen moest geloven.

De hoofdinspecteur had hem een uur geleden een bezoek gebracht met de vraag of hij de zaak Christina Kühle kon sluiten. Het was immers overduidelijk zelfmoord. Werner was daar minder van overtuigd. Hij pakte zijn jas en ging de kou in. Sneeuw wervelde om hem heen terwijl hij zich een weg baande door het dikke pak wat vannacht was gevallen.

Tot zijn verbazing zat er een bordje Te Koop op de deur toen hij bij de winkel kwam. Hij ging naar binnen en trof Lotte achter de toonbank.

Goedemiddag, mevrouw Lantov. Ik zie dat u de winkel gaat verkopen?

Ja, te veel herinneringen, inspecteur. Ik wil een nieuwe start maken.

Juist, ja. Ik wilde u iets vragen, mevrouw Lantov. De dokter vertelde mij dat u een zeer bijzondere gave hebt. Zou u voor mij een herinneringsplaatje willen maken?

Uhm, ja. Mag ik vragen waarom u dat wilt, inspecteur?

Omdat ik een aantal zaken nog niet begrijp, mevrouw Lantov. Christina was van haar tirannieke vader verlost, had samen met u een goed leven, en kiest dan toch voor de dood. Dat vind ik vreemd. Er is altijd een motief, ook bij zelfmoord.

Lotte knikte langzaam. U wilt uw werk goed doen, dat respecteer ik, maar als u werkelijk wilt begrijpen waarom Christina voor de dood heeft gekozen, zal alleen het maken van een toverlantaarnplaatje niet voldoende zijn. Ik kan het u laten zien, maar het zal een heftige ervaring worden, inspecteur. Ik vrees dat u zult wensen dat u de zaak met rust had gelaten.

Werner bestudeerde Lotte. Probeerde ze hem te bedreigen? Ze keek hem echter aan met een open en rustige blik. Ze leek serieus te menen wat ze zei. Ik kan wel wat hebben, mevrouw Lantov. Ik wil weten wat er is gebeurd.

Goed, komt u dan vanavond om zeven uur terug. En neem wat spullen voor de nacht mee.

Blijf ik slapen?

Ja, inspecteur Werner, u blijft slapen.

Goed, ik zal er zijn. Goedendag, mevrouw Lantov.


Die avond zat Werner in de woonkamer van Lotte Lantov en nipte van zijn kop thee. Lotte keek naar hem terwijl ze de verf klaarzette. Had ze er goed aan gedaan hem uit te nodigen?

Bent u er klaar voor, inspecteur? Lotte gebaarde naar de tafel waar ze kranten, lege toverlantaarnglaasjes en verf had klaargelegd.

Jazeker. Werner liep naar het kleine tafeltje en nam tegenover Lotte plaats.

Lotte liet een druppel verf van iedere primaire kleur op het glaasje vallen. Als laatste voegde ze er een heel kleine druppeltje zwart aan toe. De druppels trokken naar elkaar toe en vormden een veelkleurige stip.

Goed. Lotte pakte Werners handen. Ik ga straks in een trance. Ik wil dat u de herinnering die u op het plaatje wilt laten zetten zo helder mogelijk voor de geest haalt. Probeer alleen maar aan die herinnering te denken. Ik ga de herinnering beschrijven en als die beschrijving goed is, knijpt u twee keer in mijn handen. Dan ga ik de herinnering weghalen en op het plaatje zetten.

Werner knikte ten teken dat hij het had begrepen.

Lotte sloot haar ogen en begon zacht te hummen. Ze liet haar bewustzijn richting de inspecteur vloeien. Beelden verschenen voor haar geestesoog. Eerst vaag en vlekkerig, maar naarmate ze dieper in trance raakte, werden ze helderder en scherper.

Ze zag een jonge Werner die breed glimlachte. Hij droeg een politie-uniform. De knopen van het jasje glommen in het licht van de olielamp op het bureau naast hem. Tegenover hem stond een oudere man met een snor. Hij schudde Werner de hand, leek hem ergens mee te feliciteren. Ze begon de herinnering te beschrijven. Werner kneep twee keer in haar handen.

Lotte liet de herinnering richting het glaasje vloeien. De verf kwam in beweging. Ze kon het niet zien, maar voelde de kleuren vloeien, zich vermengen, terwijl het zwart zich in een dunne lijn een weg kronkelde en vormen afbakende. Het duurde niet lang voor de verf zich stabiliseerde en niet langer bewoog.

Langzaam liet Lotte haar bewustzijn weer terug in zichzelf glijden. Flarden herinneringen uit Werners geest dansten om haar heen. Een arrestatie, Christinas dode lichaam, een haardvuur, eenzaamheid. Ze liet ze los en opende haar ogen. U kunt kijken, zei ze tegen Werner.

Hij opende zijn ogen en keek naar het plaatje. Hij keek naar haar op, een verbaasde lach om zijn lippen. Heeft u dat net gemaakt? Mag ik? Hij gebaarde naar het glaasje.

Natuurlijk, de verf is nog nat, maar als u het bij de randjes pakt, kunt u het tegen het licht houden.

Werner pakte het glaasje op en tuurde er ingespannen naar. Dit is werkelijk verbluffend. Ik dacht dat het een of ander truc zou zijn, maar u heeft werkelijk een bijzondere gave.

Dank u wel.

Ze pakte het glaasje aan en legde het voorzichtig neer zodat het verder kon drogen.

Dit deed u ook met Christina?

Ja. Probeert u de herinnering die u me net liet zien weer voor de geest te halen. Precies die herinnering.

Werners ogen gingen snel op en neer. Ze hoorde zijn hersenen bijna kraken. Verrek, dat kan ik niet. Ik zie het moment ervoor en erna, het feestje, de felicitaties. Maar niet dat moment.

De herinnering zit nu op het plaatje, inspecteur, niet meer in u. Vanaf nu zult u zich het plaatje herinneren en het tafereel dat daar opstaat, niet het moment zelf. Dat is de prijs van een herinneringsplaatje.

Lotte liep naar een toverlantaarn en stak deze aan. Ze doofde de lampen eromheen en schoof het zojuist gemaakte plaatje in de lantaarn. Op de muur werd Werners herinnering geprojecteerd. Voor velen is het een prijs die ze graag betalen. We kijken liever met onze ogen naar herinneringen dan met onze geest.

U haalde herinneringen weg bij Christina, zei Werner zacht. Hij wreef over zijn snor en Lotte kon zien dat hij nadacht. U haalde de herinneringen aan de verkrachtingen van haar vader weg.

Dat klopt.

Maakte u daar ook plaatjes van?

Een goede vraag, inspecteur. In het begin wel. Lotte liep naar een kast, pakte een sleutel die aan haar chatelaine hing en opende de deur. Ze haalde er een klein doosje uit. Ze gaf de doos aan Werner. Twintig plaatjes met ieder vier afschuwelijke herinneringen.

Werner hield enkele plaatjes tegen het licht en trok wit weg. Die man is een beest.

Lotte pakte de doos weer aan van Werner en zette hem terug in de kast. Christina kwam regelmatig en de plaatjes verdwenen in die doos zonder dat iemand er een blik op wierp. Het was zonde van het glas en de verf. Christina vroeg me of ik niet zonder een plaatje te maken herinneringen weg kon halen. Ik had het nog nooit geprobeerd maar het bleek te kunnen. De herinnering liet ik gewoon wegvloeien, de kamer in. Het was fantastisch, ik kon zoveel herinneringen weghalen bij Christina als ik wilde zonder dat het iets kostte. En het hielp, Christina werd rustiger. Ze kon beter slapen en had minder vaak paniekaanvallen. Toen twee jaar geleden haar vader overleed, was ik ervan overtuigd dat ik haar weer helemaal beter kon maken.

En toch werd Christina niet beter? vroeg Werner.

Lange tijd leek het van wel, tot we een weekje weg gingen naar zee. Allebei verheugden we er ons enorm op. We hadden zelfs badkostuums en zonnehoeden gekocht. Zodra we in het hotel aankwamen, veranderde Christina, ze werd neerslachtig en kreeg enorme heimwee. Ik sleepte haar mee naar het strand, de boulevard, een knus restaurantje, maar niets hielp. Het enige wat ze deed was nietsziend voor zich uit staren. Ze was zichzelf niet meer. De derde dag vond ik haar in de badkamer, huilend en met een mes op haar polsen gedrukt. Ik heb het mes uit haar handen gerukt en we hebben de eerste de beste koets terug naar huis genomen. Zodra ze hier voet over de drempel zette, ging het beter.

Ze was dus alleen hier gelukkig, in dit huis? vroeg Werner.

Ja. Ik denk dat het kwam doordat ik hier haar herinneringen heb weggehaald. In essentie heb ik een stukje Christina weggehaald in al die jaren. Hier had ze dat om zich heen, op afstand, maar toch aanwezig. Op iedere andere plek voelde ze zich leeg en ontheemd.

Maar zolang ze hier was, ging het goed? Dat zou dan toch geen probleem moeten zijn?

Nee, uiteraard niet. We zouden gewoon niet meer op vakantie gaan, simpel genoeg. Maar toen gebeurde er iets waardoor het wel een probleem werd. En dat zult u vannacht ervaren. Als u nog steeds wilt blijven slapen?

Ja, ja, natuurlijk.

Laten we dan maar een glas wijn nemen, inspecteur. Een groot glas.


Werner kon het onrustige gevoel dat zich van hem meester had gemaakt niet afschudden. Hij stond in een kleine slaapkamer. Het rook er schoon, naar zeep en gestreken katoen. In het midden stond een eenvoudig bed, ernaast een klein tafeltje waarop een olielamp brandde. Tegen de muur stond een tafel met spiegel met daarop een waskom en kan met warm water. Aan de andere kant stond een solide eiken kledingkast. Werner liep ernaar toe en voelde aan de deur. Deze gaf mee. Hij trok de deur open en staarde verbijsterd naar de inhoud. Jurken, rokken en blouses. Dit was Christinas kamer! Een onrustig gevoel bekroop hem. Hij sloot snel de deur van de kast en dwong zichzelf rationeel te blijven denken. Natuurlijk was het Christinas kamer. In de kleine bovenwoning konden onmogelijk drie slaapkamers zijn. Hij ademde diep in en uit en liep naar het raam. Sneeuw joeg voorbij en de straatlantaarn aan de overkant was niet meer dan een vage lichtvlek.

Werner voelde een sterke behoefte om de kamer te verlaten, de trap af te dalen en de sneeuwstorm te trotseren om naar huis te gaan. Of misschien kon hij Lotte vragen of hij in de woonkamer mocht slapen. Er zouden maar weinig mensen zijn die het prettig vonden om in de kamer te slapen van iemand die de dag ervoor overleden was.

Een klop op de deur. Werner maakte een sprongetje van schrik.

Inspecteur Werner? Het was de stem van Lotte. Is er nog iets dat u nodig heeft?

Werner aarzelde voor hij antwoordde. Hij zou Nee, hij was toch verdorie geen lafaard. En hij liet zich zeker niet bang maken door een stel Wat eigenlijk? Nee, mevrouw Lantov. Dank u wel.

Welterusten, inspecteur Werner.

Welterusten, mevrouw Lantov.

Werner knoopte zijn jas los en drapeerde deze over de stoel. Hij wilde net zijn blouse openknopen toen hij een zachte klik bij de deur hoorde.

Mevrouw Lantov? vroeg Werner met zijn hand nog bij de knoopjes.

Geen antwoord.

Werner beende met grote stappen naar de deur en voelde aan de deurklink. Op slot!

Mevrouw Lantov, doe onmiddellijk de deur open! riep hij luid.

Hij rammelde aan de deur en paniek welde in hem op. Lotte! schreeuwde hij.

Het bleef stil.

Verbijsterd staarde hij naar de dichte deur. Dit kon toch niet waar zijn? Hij liep naar het raam en schoof het open. Hij stak zijn hoofd naar buiten in de ijskoude wind. Geen brandtrap, geen andere vluchtmogelijkheid. Hij deed het raam met een klap dicht en draaide zich weer naar de deur. Pas nu zag hij dat er een briefje onder de deur was geschoven. Hij vouwde het open en zag een elegant handschrift.

Het spijt me maar het kan niet anders. Morgenochtend open ik de deur weer.

Met het briefje in zijn hand ging hij op bed zitten. Wat was Lotte van plan? Ze had geen enkele indicatie gegeven dat ze hem kwaad wilde doen en nu dit. Hij rilde. Het was koud in de kamer. Hij kon maar beter zijn pyjama aantrekken en onder de dekens gaan liggen.

Lange tijd staarde Werner met open ogen naar het plafond tot zijn vermoeidheid het won van het gevoel van onrust. Zijn hart was gekalmeerd en hij sprak zichzelf vermanend toe dat hij zich niet zo moest aanstellen. Die Lotte verbeeldde zich van alles. Na een goede nachtrust zou hij fris aan het ontbijt verschijnen zonder rare gebeurtenissen of wat dan ook. Hij draaide zich op zijn zij en reikte naar de olielamp om hem uit te draaien. Alhoewel Het oliereservoir zat vol genoeg, misschien kon hij de lamp maar beter aanhouden.


Werner werd wakker toen hij een kerkklok hoorde slaan. Slaperig wreef hij in zijn ogen. De lamp brandde nog. Hij pakte zijn zakhorloge van het nachtkastje en zag de wijzer op twaalf uur staan. Hij had amper een uur geslapen. Hij legde het horloge weer terug en kneep zijn ogen dicht tegen de felle vlam van de olielamp. Werner was er aan gewend in het donker te slapen, misschien moest hij hem toch maar doven. Hij reikte naar de lamp. Zijn vingers hadden de knop nog niet aangeraakt toen de lamp met een flikkering uitging.

Wat? Werner ging rechtop zitten. Hij staarde in een diepe duisternis. De wind beukte tegen het raam. Ingespannen luisterde hij naar de geluiden in het huis. Het hout kreunde en kraakte in de wind. Een stem in de verte. Een jonge vrouw die zong. Werner herkende de tonen, het was een slaapliedje.

Lotte? fluisterde Werner.

De stem zong trillerig verder. Werner voelde een vreemd verdriet over zich komen terwijl hij luisterde.

Christina.

Werner veerde overeind. Er had een andere stem gesproken. Mannelijk, rauw en vlakbij. Het zingen was abrupt gestopt. Werner staarde met wild kloppend hart in het duister.

Christina, klonk het opnieuw.

Ik ben Christina niet. Werners stem bleef half in zijn keel steken waardoor de woorden er pieperig uitkwamen. Hij haalde een paar keer diep adem. Wie ben jij? vroeg hij op zijn eigen krachtige toon.

Geen antwoord.

In de hoek van de kamer lichtte iets op. Werner zag het vanuit zijn ooghoek. Hij onderdrukte de neiging de dekens over zijn hoofd te trekken en keek naar de hoek. Een man keek hem aan. Een flauw licht omringde hem en hij leek half doorzichtig te zijn. Dwars door de vette buik zag Werner de toilettafel met de waterkan. De ogen van de man waren bloeddoorlopen en zijn wangen hadden een onnatuurlijk grijze kleur. Een grijns speelde om zijn lippen. Langzaam hief hij zijn armen omhoog en hij maakte een klauwende beweging richting Werner. Angstig staarde Werner naar de gedaante. Zijn eigen handen knepen de dekens bijna fijn.

Langzaam drong tot Werner door dat hij de man herkende. Het was dezelfde man als op de toverlantaarnplaatjes die hij die avond had gezien, de vader van Christina. In een onnatuurlijke flits bewoog de gedaante naar voren. Hij stond nu vlakbij. Werner duwde zichzelf zover mogelijk naar achteren en bonkte door de abrupte beweging tegen de achterkant van het bed. De gedaante likte zijn lippen en lachte wellustig. Werners hart bonkte in zijn oren en het was bijna onmogelijk nog helder te blijven denken. Zijn hele lichaam schreeuwde maar één ding. Weg, piepte hij, zijn keel volledig dichtgeknepen. Ga weg.

De gedaante kroop het bed op. Intense hitte kwam Werner tegemoet. Graaiende vingers streken langs Werners pyjamajasje. Net op tijd kon hij wegduiken. Hij sprintte naar de deur en drukte de klink naar beneden. Op datzelfde moment herinnerde hij zich dat Lotte de deur op slot had gedaan.

Werner draaide zich om, met zijn rug tegen de deur. Het nachtkastje met daarop de waskom was slechts een paar stappen van hem verwijderd. Christinas vader kwam op hem af en lachte honend. De lust in zijn ogen brandde als het vuur van de hel.

Werner dook naar links, naar de waskom. Hij graaide naar de rand maar kon er niet net bij. Toen was er een intense hitte en vadsig, zacht vlees dat tegen zijn rug drukte. Werner hapte naar adem.

Vader. De stem was zacht maar helder. Het was de stem die had gezongen. Vader, niet doen.

Het gewicht op Werner verdween en de hitte verminderde. Snel krabbelde Werner bij Christinas vader vandaan en pakte de waskom.

Er was een vrouw verschenen. Ze droeg niet meer dan een nachtjapon. Er zat een scheur in. Haar haren hingen half voor haar gezicht. Blond haar, dat alle kanten uitwaaierde. Werner probeerde haar gezicht te ontwaren. Hij tuurde door de slierten haar heen, maar zag enkel donkere schaduwen. Ze schudde haar haren naar achteren. Werner slaakte een kreet. Ze had geen gezicht. Een lege duisternis werd omringd door een halo van blond haar.

Doe het alsjeblieft niet, vader.

Nee, gromde de gedaante. Ik krijg wat ik wil. Ik krijg altijd wat ik wil.

Met een ruk draaide hij zich om en greep Werner vast. De hitte verdween en Werner voelde enkel een onnatuurlijk stevige greep. Nu! Hij haalde uit met de kom en raakte de gedaante vol op zijn slaap.

Er gebeurde niets. Christinas vader gromde enkel en pakte Werner nog steviger vast. Werner schreeuwde en probeerde zich los te rukken, maar zijn schouders leken in een bankschroef te zijn gezet. De gedaante trok Werner omhoog en duwde hem met zijn gezicht tegen de deur. Hij voelde hoe het onderlijf van de gedaante tegen het zijne werd gedrukt. Dit kon niet gebeuren, dit kon toch niet gebeuren? Eén hand liet hem los. Werners pyjamabroek werd naar beneden geschoven.

Nee! Werner schreeuwde zoals hij nooit eerder had geschreeuwd. Hij schopte naar achteren, begon wild om zich heen te slaan. Lotte, verdomme! Doe de deur open!

De gedaante hijgde en Werner voelde zijn lid. Hij roffelde met zijn vuisten op de deur en jammerde. Lotte! Alsjeblieft!

Op dat moment werd de deur opengerukt en viel Werner naar voren. Het gewicht achter hem verdween. Hij krabbelde zover mogelijk bij de deur vandaan en draaide zich toen om. Lotte stond in de deuropening en keek naar Christinas vader.

Langzaam liep ze naar het bed en ging liggen. De gedaante volgde haar.

Werner stond op. Lotte, wat doe je?

De gezichtsloze vrouw stond in een hoek van de kamer en begon onophoudelijk te jammeren. Papa, niet doen. Niet doen. Eén keertje niet, alsjeblieft, één keertje niet.

Christinas vader kroop op het bed en ging op handen en knieën boven Lotte zitten.

Nee! Werner dook naar voren en trok de man van Lotte af. Een intense hitte schroeide Werners handen. Hij schreeuwde en liet los.

Laat hem begaan, Werner, hoorde hij Lotte zeggen.

In het vage schijnsel van de man en de gezichtsloze vrouw zag Werner brandblaren op zijn handen verschijnen. Hij zakte neer op de vloer en zag hoe Lotte zelf haar onderkleding naar beneden schoof.

Werner schudde zijn hoofd. Nee, dit kan niet, dit mag niet.

Laat hem Werner. Tranen klonken door in Lottes stem. Het is de enige manier.

De gedaante nam wat hij wilde. Lotte had haar gezicht van hem weggedraaid en haar ogen stijf gesloten. De gezichtloze vrouw jammerde luid en onophoudelijk.

Werner besefte in een flits wie de vrouw was. Het was Christina. Gezichtloos op iedere herinnering die Lotte ooit had weggehaald.

Toen Christinas vader zijn genot had gekregen, loste hij op in het niets. Ook Christina verdween. Hij hoorde Lotte opstaan. Ze rommelde in een laatje. Een lucifer werd aangestreken. De olielamp ging flakkerend aan.

Lotte liep naar Werner en knielde bij hem neer. Het spijt me, inspecteur. Ik had nooit verwacht dat hij bij u iets zou proberen. U bent een man, ik dacht dat hij alleen bij vrouwen O, God, kunt u me ooit vergeven? Ik wilde alleen maar dat u Christinas vader zou zien. Dat u zou zien waar Christina iedere nacht mee geconfronteerd werd.

Werner knikte enkel. Ik denk dat ik voor de rest van de nacht graag naar de woonkamer zou verhuizen, mevrouw Lantov.

Ja, natuurlijk. Lotte begon de dekens en lakens los te trekken en balde ze bij elkaar. Komt u maar mee.

De rest van de nacht sliep Werner weinig. Bekomen van de eerste schrik had zijn analytisch denkvermogen weer de overhand gekregen. Al de herinneringen die het kleine huisje van Lotte Lantov waren ingestuurd, hadden een effect gehad. Ze waren tot leven gekomen en gedroegen zich precies zoals ze in de herinnering gedaan hadden.

Het verklaarde waarom Christina zelfmoord had gepleegd. Iedere nacht letterlijk geconfronteerd worden met de herinnering aan haar vader, iedere nacht weer verkracht worden. Het moest verschrikkelijk zijn. Werner rilde bij de herinnering aan zijn eigen, bijna verkrachting. En dan ook nog niet kunnen verhuizen omdat je in iedere ander omgeving doodongelukkig wordt. Het klopte allemaal, behalve één detail. De berusting waarmee Lotte de verkrachting had ondergaan, duidde erop dat het vaker was gebeurd. Maar waarom zou dat zo zijn? Als Christina er was, waarom zou haar vader dan Lotte nemen?


Werner was al volledig aangekleed toen Lotte die ochtend op de deur klopte.

Binnen, riep Werner.

Lotte kwam binnen met een blad met daarop twee kopjes en een dampende pot thee. Heeft u wat kunnen slapen, inspecteur? Ik hoop dat u niet te veel last had van de brandwonden?

Ik heb niet meer geslapen, Lotte, wel nagedacht.

Lotte zette de kopjes op tafel. Het spijt me zo van vannacht, inspecteur. Ik had de deur nooit op slot moeten doen maar ik was bang dat u te snel de kamer uit zou vluchten en dat u Christinas vader daardoor niet zou herkennen. Ik wilde enkel dat u het zou begrijpen. Ze schonk de thee in.

En dat doe ik, Lotte. Ik begrijp het heel goed. Jij hebt Christina de overdosis gegeven.

Een golf thee klotste over het kopje heen. Wat?

Werner haalde een zakdoek tevoorschijn en depte de thee op. Het spijt me, Lotte, maar door mij te redden, heb je jezelf verraden. Ga alsjeblieft zitten.

Lotte ging zitten, haar handen ineen geknepen in haar schoot.

Ik heb in Christinas kamer geslapen, toch? vroeg Werner.

Ja.

Waarom hingen daar dan jouw jurken en blouses, Lotte?

Ik weet niet waar u het over heeft. Lotte staarde strak naar de grond.

Dat weet je wel, Lotte. De kleding in die kast was eenvoudig. Dat is niet Christinas dracht, dat is jouw dracht. Jij hebt daar de afgelopen maanden geslapen.

Lotte zweeg.

Het is vannacht wel duidelijk geworden dat Christinas vader niet bijzonder kieskeurig is, vervolgde Werner. Zijn geest of herinnering, of hoe je het ook noemen wilt, is bereid alles van vlees en bloed te nemen, zolang hij maar aan zijn gerief komt. Jij en Christina wisselden van slaapkamer. Christinas vader nam het eerste levende wezen wat hij tegenkwam, dat was jij, Lotte, en verdween daarna weer in het niets. Christina werd niet langer met haar ergste kwelgeest geconfronteerd en alles was opgelost. Toch?

Lotte ademde zwaar. Onzin, zei ze zacht.

Je dacht dat je het wel aan zou kunnen, je was immers bereid alles te doen voor Christina. En daarbij, het was geen man van vlees en bloed, het was een geest, een herinnering. Er kon je niks gebeuren. Maar ik heb hem gevoeld, Lotte. Het was echt en het was afschuwelijk.

Werner hield Lotte nauwlettend in de gaten. Ze staarde nog steeds strak naar de grond.

Wist Christina het? vroeg hij zacht. Wist Christina wat je voor haar deed?

Nee! Lotte keek naar hem op. Haar stem was dik van emotie. Natuurlijk niet! Ik heb haar gezegd dat hij aan mij niet verscheen. Ze staarde Werner aan, tranen gleden langs haar wangen. Ik heb alles geprobeerd, inspecteur, alles. Ik heb in de woonkamer en zelfs in de keuken geslapen. Maar dan ging hij zoeken, het hele huis door. Tot twee keer toe heb ik hem ternauwernood bij Christina weg kunnen lokken. Ik heb knoflook opgehangen, zout gestrooid, kruiden gebrand, alles wat maar zou kunnen helpen hem weg te houden. Niets hielp.

Maar waarom heb je het niet tegen Christina gezegd? Jullie hadden misschien samen een oplossing kunnen vinden.

U begrijpt het niet. Als Christina had geweten dat ik die verkrachtingen voor haar onderging, had ze het zichzelf nooit vergeven. Ik twijfel er niet aan dat ze dan echt zelfmoord had gepleegd. Dat kon ik niet laten gebeuren, inspecteur. Als er iemand een plek in de hemel verdient, is zij het.

En uw eigen zielenheil?

Lotte snoof. Al honderden jaren worden de leden van mijn familie voor heksen en duivelskunstenaars uitgemaakt. Ik ben dankbaar dat ik in deze tijd niet meer voor mijn leven hoef te vrezen, en dat sommigen mijn kunst zelfs waarderen, maar mannen en vrouwen van God mijden mij nog steeds als de pest. Ik heb niet de illusie dat er voor mij een plekje in de hemel gereserveerd is.

Wil je me vertellen hoe het is gegaan, Lotte?

Lotte stond op en liep naar het raam, haar rug naar Werner gekeerd. Zacht begon ze te vertellen. De laatste weken was Christina bijzonder neerslachtig. Normaal lukte het me altijd wel om haar op te vrolijken, maar Het ging gewoon niet meer, inspecteur. Hoe moet je iemand hoop geven als je zelf niets anders ziet dan ondoordringbare duisternis? Die dag was Christina niet te genieten. Ze blafte me bij ieder woord af. Ik was zo moe en ik had pijn van de nacht. Christinas vader was uitzonderlijk ruw geweest. Ik heb een handvol pillen gepakt en die in haar wijn opgelost. We dronken en al snel werd Christina loom van de opium. Ik heb mijn arm om haar heengeslagen en ze nestelde zich tegen me aan. Ik heb haar vastgehouden toen het schokken begon, toen ze kreunde van de pijn. Ik heb gefluisterd dat het allemaal goed kwam, zoals ik altijd zorgde dat het goed kwam. Ze probeerde te glimlachen omdat ze me geloofde.

Werner zweeg en liet het verhaal van Lotte op zich inwerken. Zijn gedachten gingen terug naar de dokter. De menselijke geest is heel buigzaam, inspecteur Werner, maar er is een punt waarop ze breekt.

Waarom ging je zover voor haar, Lotte? Je hebt je hele leven voor Christina opgegeven.

Iemand met mijn gave heeft geen vrienden, inspecteur. Als mensen de kunst niet duivels vinden dan zijn ze op zijn minst bang dat je zomaar hun herinneringen leest. Christina was anders, ze vertrouwde me volkomen. Vanaf het moment dat ik de eerste herinnering bij haar weghaalde, waren we vriendinnen. Ik hield van haar, inspecteur, zielsveel.

Lotte stak haar handen naar Werner uit. Arresteert u me nu maar. Ik moet gestraft worden voor wat ik heb gedaan. U heeft goed werk geleverd.

Het normaal zo euforische gevoel dat Werner had als hij een moord oploste, had nu plaatsgemaakt voor een knagend schuldgevoel. Waarom had hij het niet laten rusten? Wat had het voor zin om deze vrouw achter tralies te stoppen?

Inspecteur?

Werner besefte dat hij voor zich uit staarde. Hij keek omhoog en ontmoette Lottes vragende blik.

Hij nam zijn beslissing. Mijn conclusie is dat het zelfmoord was, mevrouw Lantov. Heel tragisch allemaal. Hij stond op, pakte zijn tas voorzichtig tussen zijn verbrande vingers, en zette zijn hoed op. Ik wens u een goede dag.

Maar Lotte keek hem met grote ogen aan.

Nog een ding, mevrouw Lantov, zie Werner. De ongedierteplaag die u hierboven heeft, is werkelijk afschuwelijk. Al het hout is aangevreten. Ik zal het woongedeelte onbewoonbaar moeten laten verklaren. Uiteraard bent u wel vrij de winkel te verkopen, zolang er maar niemand $1s nachts in het huis vertoeft.

Lotte knikte, haar mond nog steeds een stukje open. Dank u wel, zei ze zacht.

Werner daalde de trap af, opende de winkeldeur en stapte naar buiten. Het was eindelijk gestopt met sneeuwen.

Lees hier meer verhalen