In de boekenbijlage van de Volkskrant van de afgelopen twee weken stonden twee interessante artikelen over hoe het gaat bij Nederlandse uitgevers tegenwoordig. Het eerste ging over de slush pile bij grote uitgeverijen en agenten en hoe lastig het is om binnen te komen. Het tweede stuk ging over de hoeveelheid kleine uitgeverijen die zich op minder commercieel werk richten en hoe goed het daar eigenlijk mee gaat.

De twee spreken elkaar niet direct tegen, maar je kunt er wel een soort onderliggende boodschap uithalen. Met je boek naar een grote uitgever gaan lijkt een verloren zaak. Uit de cijfers blijkt dat grote uitgevers vooral leven van bestsellers en grote hits. Met alle kosten aan overhead die zij hebben lijkt een boek met een kleine oplage verkopen een te groot risico. Dan is het makkelijker om een schrijfsel van een BN'er in de boekhandel te leggen, waarvan je weet dat het grote publiek ermee aan de haal gaat en je zeker weet dat je de huur van je grachtenpand kan blijven betalen. Oké, ik overdrijf (hoop ik) een beetje, maar het is duidelijk dat commercieel succes een grote drijfveer is.

Is de reden dat een boek niet uit de slush pile komt dan omdat de schrijver geen BN'er is? Nee, in 99% van de gevallen is dat gewoon omdat het boek niet goed genoeg is. Het artikel haalt uitgever Marijn Hogenkamp aan van uitgeverij Atlas Contact: "In de begeleidende brief staan al vijf spelfouten." Dan hoef je geen medelijden met de auteur te hebben, wat mij betreft.

Aan de andere kant heeft het artikel een quote van agent Willem Bisseling, die claimt dat hij in 15.000 ingezonden manuscripten er maar drie heeft gevonden die zijn uitgegeven. Een snelle rekensom leert ons dat dat 0,02% is. Het spijt me hoor, maar volgens mij doe je dan iets niet goed. De verhalen van agenten die ik ken uit de Engelstalige genrewereld is dat zij auteurs die potentie hebben begeleiden. Ik kan me niet voorstellen dat in die 15.000 manuscripten er echt niet een paar meer zaten die je tot een mooie roman had kunnen begeleiden. Of bleef er dan niet genoeg geld over voor dat grachtenpand?

Zoals je merkt, word ik er een beetje cynisch van. Ik snap dat een uitgever geen manuscripten accepteert zonder tussenkomst van een agent, dat gebeurt in het buitenland ook genoeg en past in het plaatje van de grote uitgeverij als commerciële reus. Dat je als literair agent geen ongevraagde manuscripten accepteert? Dat is een beetje als een kassamedewerker die geen boodschappen wil scannen. Als je geen slush pile wilt lezen, ga dan gewoon iets anders doen, maar noem jezelf geen agent.

Als er iets is waar we in de fantastische genres geen gebrek aan hebben, dan is het liefhebbers

Gelukkig is het niet allemaal ellende, het stuk over de kleine uitgeverijen was heerlijk om te lezen. Hoe kleine groepjes mensen de boeken die zij liefhebben aan de man weten te brengen, dat had wel iets romantisch. Bovendien had het ook iets bereikbaars. Als ik las over uitgevers die een boek uitgeven alleen maar omdat ze het zelf heel mooi vinden, dan zag ik voor me hoe liefhebbers aan het werk waren. En als er iets is waar we in de fantastische genres geen gebrek aan hebben, dan is het liefhebbers.

Bovendien gaven deze uitgevers aan dat ze met een kleine oplage prima uit de kosten konden komen. Het zal geen vetpot zijn, maar veel heb je ook niet nodig om een mooi boek uit te geven. Daarnaast wisten zij ook wat aandacht uit de grote media te krijgen. Dat is iets waar fantasy en sciencefiction in Nederland nog van liggen te dromen, maar dat ligt dus niet alleen aan de omvang van een uitgeverij. Toegegeven, de kleine uitgeverijen kunnen er niet zo sterk op rekenen als hun grote zussen, maar het is dus mogelijk.

Wat me wel opviel is dat veel van de kleine uitgeverijen uit het artikel hun oorsprong vinden bij een van hun grote tegenhangers. Het zijn dus mensen die het klappen van de zweep kennen en hun netwerk hebben. Daarnaast zien de boeken die zij op de website hebben staan er goed en verzorgd uit. Die uitstraling is natuurlijk bijzonder belangrijk en dat is iets waar binnen het Nederlandstalige genre nog wel winst te behalen is. Daar lijken omslagen soms te veel op een verdwaald boek uit de jaren zestig. Ik weet dat tijdreizen een van onze bekendste tropes is, maar toch ...

Al met al is het uitgeverslandschap er een waarin we ons nou eenmaal bevinden. De bestseller heeft zijn plek geclaimd en gaat voorlopig niet verdwijnen. Het is echter goed om te zien dat er ook ruimte is voor andere manieren van boeken uitgeven. Dat is wat we binnen de fantasy en sciencefiction ook zien, maar ik had het idee dat we daarin een vreemde eend in de bijt waren. Niets is dus minder waar. Er zijn ook in de literatuur mensen die zich inzetten uit liefde voor een mooi boek. Niet dat dat geen drijfveer zal zijn bij een grote uitgeverij, maar daar spelen meer belangen een rol.

Tot slot is het goed om in het achterhoofd te houden dat er in het buitenland (denk aan onze Engelse en Chinese evenknieën) ook bestsellers vanuit de genrepoel ontstaan. Het is dus een kwestie van tijd en kwaliteit voordat dat ook in het Nederlands (weer – hier moet Thomas Olde Heuvelt natuurlijk even genoemd worden) gaat gebeuren en het genre daarmee beter op de kaart komt.


Foto door Bruno Martins op Unsplash