Naar China en daar voorbij

Interview met Roderick Leeuwenhart

28 aug. 2021

Roderick Leeuwenhart won editie 2016 van de Harland Awards met het verhaal Sterrenlichaam. Waar de meeste Harland-winnende verhalen als kort verhaal verschijnen of verdwijnen in een la, had Sterrenlichaam nog een hele reis voor de boeg. Eentje die het verhaal nu helemaal naar China heeft gebracht. Roderick en ik spraken over de opmerkelijke reis van dit verhaal en sciencefiction in Nederland en daarbuiten.

Bedankt voor dit interview, Roderick en gefeliciteerd met de verkoop van je verhaal in China. Laten we daar beginnen. Hoe is Sterrenlichaam ontstaan?

Dat hele proces heeft een jaartje of drie, vier in beslag genomen. De uitreiking van de Harland Awards was in 2017, daarvoor was ik natuurlijk al aan het schrijven aan Sterrenlichaam als kort verhaal. Ik wist eigenlijk voor de uitreiking al, oké hier zit iets in. Dit wil ik gaan uitbreiden tot een roman. Toen ik die Harland Award ermee won was dat eigenlijk een steuntje in de rug.

Het uitwerken duurde een lange tijd. Ik heb dat best grondig aangepakt. Ik ben een plannend schrijver dus ik maakte allemaal diagrammen. Ik zat echt te denken over de structuur van mijn boek, dat vind ik leuk.

Ik heb heel veel van mezelf in het boek gestopt gestopt en veel interessante dingen ermee proberen te doen. Daar heb ik wel een jaar aan geschreven. Ik heb dat aangeboden aan diverse uitgevers in Nederland. Toen bleek al snel dat zij er niet heel veel mee konden of wilden doen. Dat was vooral omdat in Nederland SF niet goed verkoopt, dus grote uitgeverijen zijn daar huiverig voor.

Ik wilde me met dit boek juist richten op grote uitgeverijen. Niet omdat ik de kwaliteit van andere uitgeverijen niet vertrouw, maar omdat ik voor mijn eigen ontwikkeling als schrijver op zoek was naar redactionele begeleiding op het hoogste niveau. Dat heb ik uiteindelijk niet gekregen, want ze hadden geen interesse.

Toch is dat niet het einde van het verhaal, wat was je volgende stap?

Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gezegd: “Ik ga het in het Engels proberen”. Ik had genoeg vertrouwen in het manuscript, dus toen heb ik het helemaal vertaald naar het Engels en daar weer een jaar voor uitgetrokken. Daarmee kon ik een extra redactieronde doen op het manuscript. Het is echt verbeterd in die tijd.

In 2019 ben ik naar Worldcon in Dublin gegaan en daar heb ik heel erg gericht gezocht naar contacten. Kan ik met uitgevers om tafel komen? Via via zijn daar allemaal dingen uitgekomen waardoor ik in Engeland, Japan en China bij uitgeverijen warm binnen kom komen en dus een oprechte beoordeling kon krijgen. Uiteindelijk heeft China gehapt, de anderen niet of nog niet. China was daar eigenlijk vrij vlot mee, ik denk omdat SF daar aan het boomen is. Daar was ik natuurlijk superblij mee.

Hoe ging dat in zijn werk op Worldcon? Ben je in de bar op uitgevers afgestapt?

Nee, dit is het grote probleem met netwerken, hoe ga je in contact komen met mensen? Ik was nog nooit naar een Worldcon geweest, dus ik wist niet wat ik kon verwachten, maar ik wist wel: hier kan het gebeuren. Je hoort natuurlijk de verhalen dat je in een café George R.R. Martin tegenkomt en dat die jou verder helpt. Ik denk niet dat dat voor veel mensen is weggelegd en ook niet voor mij. Het is net alsof je in de supermarkt gaat flirten, dat is niet wat je hoort te doen daar.

Woldcon is een soort smeltkroes van schrijvers die zoeken naar een uitgever en uitgevers die aan het scouten zijn. Toch voelde het als een ongeschreven regel: ga niet bedelen met je manuscript of mensen aanschieten als ze in gesprek zijn. Wat ik gedaan heb is de formelere aanpak en me ingeschreven voor kaffeeklatsches.

Wat zijn dat precies?

Bij een kaffeeklatsch ga je met tien of twaalf andere mensen aan tafel zitten met iemand uit de schrijverswereld. Dan heb je drie kwartier de onverdeelde aandacht van diegene en daar kan je jezelf wel pitchen.

Dus op Worldcon heb ik – ik denk heel atypisch – nauwelijks lezingen meegemaakt. Meestal draait een con juist om de lezingen en workshops, ik heb er maar drie meegepakt in vijf dagen. In plaats daarvan heb ik elke dag het maximale aantal kaffeeklatsches ingepland. Daar moet je serieus lang voor in de rij staan. Dus dat kostte elke dag twee uur.

Dat was hartstikke gezellig, want ik stond daar met andere schrijvers die exact hetzelfde deden. Dan is het wel een beetje goochelen, want je weet dat je een uur in de rij moet staan, maar tegelijk heb je ook een kaffeklatsch ingepland. De sfeer in die rij is zo gezellig, dat je kunt vragen: “Ik sta al drie kwartier achter je, dus je weet dat ik echt in de rij heb gestaan, kun je mijn naam opschrijven bij die kaffeeklatsch?” Dat heb ik ook voor andere mensen gedaan. Je krijgt zo’n sfeer: als mensen uren in de rij gestaan hebben, dan help je elkaar.

Hoe gingen die kaffeeklatsches dan in hun werk?

Mijn ervaring bij de kaffeeklatsches is: daar kan het heel makkelijk en heel snel gebeuren. Als je daar zit weet degene met wie je praat dat hier een pitch kan ontstaan en dat is ook de reden dat je daar zit. Ik had specifiek met allemaal agents en uitgevers gezeten, niet met George R.R. Martin, want wat kan hij voor je doen?

Bij een uitgever kon je dan achteraf zeggen: “Ik weet dat je normaal alleen manuscripten via agents doet, maar kan ik toch iets opsturen?” Dan zeggen ze dat dat prima is, want ze kennen je nu. Het netwerken gaat vooral om mensen leren kennen en dan kom je binnen. Zo komen die balletjes veel beter aan het rollen.

Kaffeeklatsches zijn dus de shit.

Ik denk dat alle schrijvers hiermee worstelen. Zelfs al ben je er handig in, dan is de vraag: hoe pak je het aan. Kaffeeklatsches zijn dus de shit.

Ik denk dat dat ook te maken heeft met je specifieke dingetje. Ik ben erg op Japan gericht en er was een Japanse delegatie op Worldcon. Zij hielden daar in een zaaltje een presentatie over de Seiun Award, hun Nebula Awards. Ik was daar puur uit interesse. Ik was de enige niet-Japanner die in de zaal zat en na die presentatie was er een borrel-momentje. Ik werd als een soort mascotte geadopteerd daar. Ze zeiden: “Kom op de groepsfoto staan” dus dat was meteen een leuke sfeer, ze waren heel enthousiast en dat soort enthousiasme is heel uitnodigend. Dat komt puur omdat ik in die niche zit, dus als je weet wat je thema is als schrijver en je focust je daarop dan kan het een voordeel zijn dat je daarin zit.

Heeft het winnen van de Harlands nog invloed gehad op de verkoopbaarheid van Sterrenlichaam?

Het is altijd goed als je kunt zeggen dat je prijswinnend auteur bent. Ik denk niet dat het voor Sterrenlichaam per se veel heeft gedaan. Als schrijver krijg je een vinkje achter je naam en dat is zo nuttig om aan tafel te komen bij mensen. Het levert je geen automatisch boekencontract op, het gaat alsnog om de kwaliteit, maar het maakt het netwerken ontiegelijk veel makkelijker. Het verjaart nooit, je bent altijd Harland Awards winnaar.

Voor mijn persoonlijke groei was het ook nuttig, want ik had die validatie wel nodig op dat moment. Ik had alleen nog maar mijn zelfuitgegeven boeken van Pindakaas en Sushi en die deden het commercieel wel goed, maar dan weet je nog niet of dat toeval is en of je wel echt iets voorstelt.

Je presenteerde Sterrenlichaam niet als de uitgebreide versie van een prijswinnend verhaal?

Ja, zo heb ik het wel gepresenteerd, maar ik weet niet wat er in de hoofden van uitgevers omgaat. Juist in het buitenland waar ze de Harland Awards niet kennen, klinkt het misschien wel chiquer dan in Nederland, maar dat is een gok.

Uitreiking Harland Awards 2016
Uitreiking Harland Awards 2016

Vond je het logisch dat het juist China was dat hapte, of had je verwacht dat het een Engelse uitgeverij zou zijn omdat dat wat dichterbij staat?

Ik vond China wel logisch omdat SF het daar zo goed doet. Ik vond Engeland een veel lastigere propositie. Ik leverde een Engelstalig manuscript aan en ik heb wel vertrouwen dat ik goed Engels kan, maar je moet je dan meteen meten met het allerbeste dat op de markt verschijnt in het Engelse taalgebied. Dat is zo’n hoge lat om overheen te springen. Dus ik denk dat je sneller en makkelijker afvalt omdat de concurrentie enorm is.

Als je in Japan of China bent, wordt het Engels niet iets waar ze over struikelen. Dan gaan ze toch meer op het verhaal letten en kunnen ze wat coulanter zijn.

Wat ik schrijf heeft altijd Oost-Aziatische en Japanse invloeden, dus dat klopt helemaal voor die markt. Dat het dan in China verkoopt in plaats van Japan is puur historisch toeval omdat SF daar nu heel groot is.

Heb je veel sciencefiction uit China en Japan gelezen?

Chinese SF een beetje, Japanse SF lees ik heel veel dus daar ben ik goed van op de hoogte. Er zijn meerdere Amerikaanse uitgevers die daarvan veel hebben vertaald. Chinese SF wordt nu meer vertaald, maar ik heb niet het Drie-lichamen probleem gelezen. Daar wil ik wel aan uiteraard.

In China worstelt iedereen met de vraag: hoe stappen we uit de schaduw van Liu Cixin. In Nederland hebben we iets vergelijkbaars: hoe stappen we uit de schaduw van Thomas Olde Heuvelt, waarbij het makkelijker is dat ik niet hetzelfde genre schrijf als hij.

Ik weet dat Clarkesworld [Amerikaans sciencefiction & fantasy tijdschrift, red.] specifiek interesse heeft in Chinese schrijvers. Zoals Xia Jia of Chen Qiufan met Waste Tide en zo heb je ook anderen zoals Regina Kanyu Wang, dat zijn de geijkte namen die in het Westen doorbreken en dat is leuk, dat gun je ze wel. Het is heel divers, ze schrijven hele andere dingen dan Liu Cixin.

Overal op de wereld buiten de VS is een proces bezig waarin schrijvers zich afvragen hoe ze hun SF kunnen dekoloniseren, zoals Francesco Verso [Italiaanse schrijver en uitgever, red.] dat mooi noemt. In China zijn ze daar best ver mee en in Nederland begint dat te komen. We zijn nu bezig met de uitgeverij van Francesco om typisch Nederlandse SF verhalen te verzamelen.

Zie voor meer info daarover het Future Fiction project op Facebook.

Is er een plan om met Sterrenlichaam alsnog de Nederlandse boekhandel te bestormen?

Sterrenlichaam is vooral een waiting game voor mij. Het boek komt in 2022 uit in China. Dat proces is voor mij heel ondoorzichtig, want ik hoor niet alles wat zij doen en ik weet niet precies in welke fase ze zitten. Dan is de vraag: wordt het een succes? Als het flopt dan is het waarschijnlijk klaar, als het een succes is dan wordt het interessant voor buitenlandse uitgevers. Dan kan ik het veel makkelijker gaan uitrollen, ook in Nederland. Ik hoop voor die tijd met grotere uitgevers in gesprek te gaan om op een brede manier SF te gaan uitbouwen in Nederland. Dat zijn allemaal processen die heel langzaam gaan.

Je hebt maar een paar dingen nodig om sciencefiction weer interessant te maken.

Er zijn wel een heleboel mensen bezig met dit doel en die daar op een positieve manier mee bezig zijn. Als je die energie weet te bundelen en van alle kanten blijft aanvallen, dan lukt het op gegeven moment wel. Je hebt maar een paar dingen nodig om sciencefiction weer interessant te maken. Zoals iemand van het kaliber Thomas Olde Heuvelt die doorbreekt op SF gebied. Dan gaan mensen het wel weer lezen.

Je denkt niet dat het feit dat je in China uitgegeven wordt al de nodige impuls is?

Ik weet niet of uitgevers daarvan onder de indruk zijn. Het is een leuk verhaal, vooral de vraag waarom SF zo groot is in China. Voor mij persoonlijk wordt het pas interessant als het een commercieel succes wordt. Dan wek je pas echt de interesse van uitgevers.

De Heren XVII

De Heren XVII
De Heren XVII

Laten we het hebben over je pas verschenen boek: De Heren XVII. Ik heb ooit een foto gezien van een aantal mensen rondom een keukentafel die bezig waren met het opzetten van de Zwijgende Aarde serie en volgens mij zat jij daar toen bij. Toch is jouw boek niet meteen in die reeks verschenen. Hoe zit dat?

Dat kopt, dat is een jaar of drie, vier geleden. Jasper Polane [schrijver en eigenaar van uitgeverij Quasis, red.] wilde een shared universe gaan maken en hij zei: laten we brainstormen. Toen zijn we met een aantal schrijvers bij elkaar gekomen en gaan spitballen. Wat willen we schrijven? Wat zou leuk zijn?

Toen heb ik het idee geopperd van een VOC in de ruimte. Jasper wilde graag transhumanistische ideeën erin. Daar is de Zwijgende Aarde wereld uit ontstaan. Daarin is ons zonnestelsel gekoloniseerd door een soort VOC. Tijdens een totale black-out van communicatie met de aarde roepen die koloniën de onafhankelijkheid uit.

Het idee was oorspronkelijk dat ik het openingsverhaal zou schrijven, maar door allerlei redenen, met name omdat ik toen zo diep in Sterrenlichaam zat, kon ik dat er helemaal niet bij hebben. Pas toen ik dat had afgerond was er voor mij ruimte in mijn hoofd om weer een verhaal te schrijven in de Zwijgende Aarde serie.

Eigenlijk was ik al uit de serie gestapt, maar Jasper bleef het toch een beetje proberen. “Als je zin hebt, schrijf maar iets.” Toen kreeg ik ineens inspiratie en heb ik dat verhaal als een soort palate cleanser geschreven. Na vier jaar Sterrenlichaam even in een half jaar een verhaal schrijven was heerlijk.

Dat schrijfproces was heel intuïtief. Daardoor krijg je allerlei leuke touches zoals de hoofdstuknummering die achterstevoren is. Dat wilde ik gewoon proberen. Het doet iets heel leuks met het boek, het voelt als een soort tijdbom, alsof er iets gaat ontploffen. Het is te gimmicky om altijd zoiets te doen, maar hier past het goed.

De Zwijgende Aarde is een serie die op zichzelf commentaar geeft.

Hoe was het om in een bestaande wereld te schrijven na zo lang aan je eigen verhaal te hebben gewerkt?

Er was bijna geen documentatie over de tijdlijn en dat maakte het vreselijk lastig. Ik had alle boeken wel gelezen, maar ik had niks op een rijtje.

Aan de andere kant was het fijn, want je had al een soort diepgang qua lore. Het zat al erg goed in elkaar. Tegelijkertijd is De Heren XVII een op zichzelf staand boek dus je wilt niet te veel ophangen aan wat er al is gebeurd. Voor mensen die de hele cyclus gelezen hebben heeft het wel een extra laagje.

Ik vond het leuk en dankbaar dat ik kon spelen met personages die anderen al hadden opgezet. Het boek bestaat voornamelijk uit nieuwe personages, maar er zijn een paar namen die terugkomen in de periferie. Daar reflecteer ik dan op. Je hebt natuurlijk altijd als schrijver wanneer je iets leest dat je denkt: “Ik zou dat heel anders doen”, dan ontstaan er frustraties. Die heb ik in dit boek gebruikt, dus in die zin is De Heren XVII een afrekening met de eerdere delen. De Zwijgende Aarde is een serie die op zichzelf commentaar geeft en dat vind ik wel grappig.

Was er een specifiek deel in de serie waar je houvast aan had, of waar je je juist extra tegen kon afzetten?

Er zijn eerder elementen waar ik gebruik van maak. In het vierde deel Tweeleed komt een cruciaal personage naar voren die een rol speelt in De Heren XVII en ook andere personages worden genoemd. Maar de elementen waar ik op reflecteer komen vooral terug in de subtekst van het verhaal.

De eerdere delen in de serie hadden elk een min of meer vast plek waar ze zich afspeelden. Hoe is dat in jouw boek?

Bij mij wordt er ietsje meer gereisd. Het gaat wel echt over een oorlog in ons zonnestelsel dus er zijn hele vloten die naar bepaalde plekken moeten. De logistiek daarvan is een beetje natte vingerwerk, het ging mij meer om de politieke situatie en de machtsdynamiek tussen de personages. Daar was ik veel meer op gefocust.

Het leuke is dat ik het universum anders heb achtergelaten dan ik het vond. Dan mag wellicht een andere schrijver daar weer op doorgaan.

Had je de vrijheid om het zo anders achter te laten?

Ik werd totaal losgelaten. Dat is het vertrouwen dat Jasper had in mij als schrijver. Ik mocht het genre bepalen, het verhaal bepalen. Ik had een idee en hij zei: “Oké, maak het maar.” Dat is fijn als je dat vertrouwen krijgt.

SF in Nederland

Ik wil dolgraag dat er in Nederland weer een platform ontstaat voor SF op het hoogste niveau.

Even terug naar de SF in Nederland. We hadden het erover wat er nodig is om het weer op de kaart te zetten. Kan je daar meer over vertellen?

Ik denk dat het van alle kanten moet komen. Er is misschien één schrijver nodig om het tij te keren. Grote uitgevers moeten een platform creëren, zichzelf eraan committeren om dit te gaan doen. Vanuit de lezers moet er aandacht komen. Ik denk dat het kan, dat mensen een verkeerd beeld hebben van SF, dat het supermoeilijk en ingewikkeld is.

Er was laatst een Hebban Buzz voor Project Hail Mary van Andy Weir. Daar waren diverse commentaren als: “Ik heb nog nooit SF gelezen, ik wist niet dat het zo leuk kon zijn”. Er is best toegankelijke SF zoals De Heren XVII, dat is alsof je een Star Wars-film in boekvorm hebt. Het genre is op Netflix en in de bioscoop superpopulair. Dus er is geen reden waarom dat als boek niet zou kunnen. De lezer moet wel verleid en educated worden. De uitgever moet ervoor gaan. De taak van schrijvers is vooral als ambassadeurs blijven verkondigen dat dit het mooiste genre is dat er is. Of het ooit zo groot gaat worden als in China betwijfel ik, maar het kan zeker wel iets worden.

Het is wel interessant. Lezers vinden fantasy vaak te kinderachtig. SF heeft het omgekeerde beeld. Dat vinden mensen te ingewikkeld. Wat denk je daarover?

Ik weet niet wat dat is. Ik kan het niet analyseren, maar ik weet wel dat die perceptie een op te lossen probleem is. Daar hoort ook een goede award bij. De Harland Award moet in ere hersteld worden. Je hebt het hele ecosysteem nodig. Voor alle kanten – zowel de lezers als de schrijvers – een soort veredelend systeem waardoor iedereen er beter van kan worden en kan groeien in het genre.

Ik wil dolgraag dat er in Nederland weer een platform ontstaat voor SF op het hoogste niveau. Ik denk dat dat kan, ik denk dat die voorwaarden er inmiddels zijn. Je ziet dat er allemaal nieuwe initiatieven zijn en dat er genoeg uitgevers interesse hebben in SF uit het buitenland. Ik denk dat de volgende stap zal zijn dat ze weer wat aandacht gaan geven aan Nederlandse schrijvers.

Je had het eerder over het dekoloniseren van de SF. Grappig genoeg gebeurt dat in de Zwijgende Aarde juist door het over koloniën te hebben.

Ten eerste is koloniën stichten een integraal onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, dus daar kunnen we iets over zeggen. Er zit een grote historische ironie in De Heren XVII, alleen al dat ik een Indonesische prinses opvoer als leider van de VAHA [De VOC tegenhanger in het verhaal, red.].

Wat Francesco Verso bedoelt met dekoloniseren is weggaan van het Amerikaanse smaakje in de SF. Dat heeft niks te maken met letterlijke koloniën stichten. Het heeft ermee te maken dat onze fantasie gekoloniseerd is door Hollywood en Amerikaanse SF. Juist als we daarvan afstappen wordt het weer interessant en waardevol voor ons.

Nederland is het land waar de beurs is uitgevonden. Dus wij kunnen heel goed verhalen over kapitalisme schrijven. Dat klinkt op zich Amerikaans, maar het is een heel Nederlands thema. Maar koppel het ook aan dingen als watermanagement en dijkdoorbraken, fietsen, windmolens, klompen en multiculturalisme. Dat zijn allemaal echt Nederlandse thema’s.

Daarom denk ik dat het zo nuttig is om ons te richten op Nederlandse verhalen. Dat spreekt ons meer aan. Ik denk dat als een Nederlander De Heren XVII leest, diegene zo’n hoop subtekst meekrijgt, over de VOC bijvoorbeeld. Die snapt dat verhaal inherent beter dan een Amerikaan het zou snappen, want wij leven in dit land. Het is een Nederlands verhaal. Ik denk dat dat belangrijk is. Dan kan iets beter bij een lezer binnenkomen.


Meer over Roderick Leeuwenhart op zijn website. Daar kun je ook De Heren XVII kopen. Je kunt Roderick ook horen in de podcast Geekers op je Speakers.